
Waarom raak ik mezelf kwijt als spanning oploopt?
- Matthieu Bosmans
- 2 dagen geleden
- 6 minuten om te lezen
Je staat in de supermarkt na een lange werkdag. Iemand rijdt met een karretje bijna tegen je aan, je telefoon trilt met een bericht van je partner en thuis moet er nog gekookt worden. Niets daarvan is op zichzelf groot. Toch voel je dat je sneller begint te bewegen. Je zegt automatisch: “Geen probleem” tegen de persoon die je raakt. Je beantwoordt het bericht meteen. Je koopt ook nog iets voor de kinderen, hoewel je eigenlijk zo snel mogelijk naar huis wilt.
Later die avond zit je op de bank en weet je niet goed wat er gebeurd is. Je bent prikkelbaar, moe of onverwacht verdrietig. Misschien zegt je partner iets kleins en reageer je feller dan je wilt. Of je trekt je juist terug. Dan komt vaak de vraag op: waarom raak ik mezelf kwijt op momenten die voor anderen zo gewoon lijken?
Die vraag ontstaat meestal niet omdat je jezelf niet kent. Misschien heb je al veel gereflecteerd, therapie gevolgd, boeken gelezen of geleerd om je grenzen beter te voelen. En toch gebeurt het: onder druk neem je te veel over, zeg je ja terwijl je nee voelt, blijf je vriendelijk terwijl er iets in jou dichtklapt. Pas achteraf merk je hoeveel je van jezelf hebt achtergelaten.
Waarom raak ik mezelf kwijt onder spanning?
Jezelf kwijtraken begint zelden met één grote beslissing. Vaker gebeurt het in kleine verschuivingen die elkaar snel opvolgen. Je aandacht gaat naar wat de ander nodig heeft. Je voelt een vraag, een verwachting of een verandering in sfeer. Nog voor je bewust hebt nagegaan wat jij zelf wilt, ben je al aan het reageren.
Denk aan een vergadering waarin een collega geïrriteerd zegt dat een deadline niet gehaald wordt. Je voelt spanning in je borst of buik. Misschien denk je: Als ik nu niets doe, loopt dit uit de hand. Voor je het weet bied je aan om een deel van het werk erbij te nemen. De anderen zijn opgelucht. Jij ook, heel even.
Maar onderweg naar huis begint het te knagen. Je agenda zat al vol. Je had je kind beloofd op tijd thuis te zijn. Toch lijkt die belofte aan jezelf op dat moment minder dringend dan de spanning in de ruimte. Niet omdat je geen grenzen hebt, maar omdat je systeem onder druk een bekende route kiest: spanning verminderen door je aan te passen.
Dat is een belangrijke verschuiving in hoe je naar jezelf kwijtraken kunt kijken. Het is niet per se een gebrek aan wilskracht, inzicht of karakter. Het is vaak een automatische beschermingsbeweging. Op het moment zelf probeert die beweging iets waardevols te bewaren: verbinding, rust, waardering, veiligheid of de hoop dat niemand teleurgesteld zal zijn.
Wanneer aanpassen sneller gaat dan voelen
Bij spanning werkt het lichaam snel. Je schouders spannen zich aan, je adem wordt hoger, je gedachten gaan sneller of je voelt juist minder. Er is weinig ruimte tussen wat er gebeurt en wat je doet. In die kleine ruimte zou je kunnen merken: Ik wil dit niet. Ik heb tijd nodig. Dit is te veel. Maar wanneer je systeem alarm slaat, lijkt die ruimte soms verdwenen.
Je merkt het misschien in een gesprek met je partner. Die vraagt waarom je zo stil bent. In plaats van even te voelen wat er werkelijk speelt, hoor je vooral een mogelijke kritiek. Je zegt dat er niets is. Of je begint uit te leggen, te verzachten, excuses te maken. De aandacht verschuift opnieuw naar het geruststellen van de ander.
De prijs daarvan wordt vaak pas later zichtbaar. Je blijft piekeren in bed. Je voelt druk op je kaken. Je hebt minder geduld met je kinderen. Of je bent leeg zonder dat je kunt aanwijzen waarom. Wat je op het moment zelf niet kon toelaten, verdwijnt niet zomaar. Het wacht vaak tot er stilte komt.
Dit betekent niet dat elke aanpassing verkeerd is. Rekening houden met elkaar hoort bij relaties, werk en gezinsleven. Soms kies je bewust om even mee te bewegen, omdat de situatie daarom vraagt. Het verschil zit niet in aanpassen op zich, maar in de vraag of jij nog aanwezig bent in die beweging. Kun je voelen wat het je kost? Kun je later terugkomen op wat je nodig hebt? Of verdwijnt jouw binnenkant telkens uit beeld?
De pleaser als beschermingsbeweging
Binnen Aceso noemen we dit vaak een Pleaser. Niet als label en ook niet als vaste identiteit. Het is een herkenbare beweging die opduikt wanneer contact spannend wordt. De Pleaser stemt af, zorgt, voorkomt ongemak en probeert de verbinding goed te houden.
Aan de buitenkant kan dat er heel sociaal en bekwaam uitzien. Je bent degene die aanvoelt wat nodig is, conflicten opvangt, een extra taak oppakt of na een moeilijk gesprek nog even een bericht stuurt om te verzekeren dat alles oké is. Veel mensen waarderen die kwaliteit oprecht.
Maar onder die beweging kan een stillere vraag liggen: Is er nog plaats voor mij als ik niet help, niet begrijp of niet meega? De Pleaser probeert niet aandacht te trekken. Hij probeert juist te voorkomen dat er afstand, teleurstelling of spanning ontstaat. Alleen: wanneer dat de enige route naar verbinding wordt, raak je steeds verder verwijderd van je eigen tempo, grens en verlangen.
Jezelf terugvinden is niet harder worden
Wie zichzelf vaak verliest, krijgt soms het advies om assertiever te zijn. Duidelijker nee te zeggen. Minder te zorgen. Dat kan op bepaalde momenten helpend zijn, maar het raakt niet altijd de kern. Want als je lichaam nog steeds spanning ervaart zodra iemand fronst, zwijgt of teleurgesteld klinkt, dan kan een uitgesproken nee vanbinnen voelen als gevaar.
Daarom gaat bij jezelf blijven niet alleen over andere woorden leren. Het gaat ook over leren aanwezig te blijven bij wat er in jou gebeurt wanneer je niet onmiddellijk oplost, verklaart of tegemoetkomt. Misschien voel je warmte in je gezicht wanneer je een verzoek niet meteen beantwoordt. Misschien wordt je maag onrustig als je een stilte laat vallen. Dat zijn geen signalen dat je iets verkeerd doet. Het kunnen signalen zijn dat je een oude automatische route even niet volgt.
Een klein moment kan daarin veel betekenen. Je collega vraagt of je iets kunt overnemen. In plaats van onmiddellijk ja of nee te zeggen, voel je je voeten op de grond. Je merkt dat je adem hoog zit. Je zegt: “Ik kijk even wat er mogelijk is en kom erop terug.” Daarmee heb je nog niets opgelost. Maar je bent ook niet meteen verdwenen.
Dat tussenmoment is geen techniek om perfect toe te passen. Soms lukt het, soms merk je pas uren later wat je eigenlijk had willen zeggen. Ook dat achteraf opmerken is waardevol. Het maakt zichtbaar waar je systeem versnelt en waar jij jezelf verlaat. Niet om jezelf te veroordelen, maar om stap voor stap meer keuze te krijgen.
Blijven wanneer de ander iets voelt
Voor veel mensen zit de moeilijkste laag niet in het herkennen van hun eigen behoefte, maar in het verdragen dat de ander daar iets van kan vinden. Je kunt heel goed weten dat je rust nodig hebt en toch onrustig worden zodra je partner teleurgesteld reageert. Je kunt een grens voelen op je werk en die alsnog inslikken wanneer iemand zucht.
Hier wordt onderscheid belangrijk. De teleurstelling, haast of irritatie van de ander mag bestaan zonder dat jij die onmiddellijk hoeft weg te nemen. Dat is niet kil of egoïstisch. Het is een andere vorm van contact: jij blijft in verbinding, zonder verantwoordelijk te worden voor alles wat de ander ervaart.
Dat vraagt draagkracht. Niet de draagkracht om alles alleen te kunnen, maar de draagkracht om een ongemakkelijk moment niet meteen glad te strijken. Soms helpt het om eenvoudig op te merken: Ik voel de neiging om het nu op te lossen. Die zin geeft je geen kant-en-klaar antwoord, maar hij brengt je terug naar het punt waarop er weer iets te kiezen valt.
Misschien herken je dat je jezelf vooral kwijtraakt wanneer iemand iets van je nodig heeft. Of juist wanneer er onenigheid is, wanneer je beoordeeld wordt of wanneer de sfeer plots omslaat. Dan hoeft de volgende stap niet te zijn dat je jezelf direct moet bewijzen met een perfecte grens. Je kunt beginnen met eerlijk zien hoe snel je naar de ander beweegt en hoe weinig ruimte er dan nog is om jezelf te voelen.
Van daaruit kan een dieper leerproces ontstaan: aanwezig blijven onder spanning, ook wanneer iemand anders dichtbij komt met verwachtingen, emoties of vragen. Als je hierin verder wilt herkennen welke beschermingsbeweging bij jou het snelst opkomt, kan een zelftest of een verdieping rond bij jezelf blijven een rustig vertrekpunt zijn.
Je hoeft jezelf niet terug te vinden door iemand anders te worden. Soms begint het met één zacht, ongehaast moment waarop je merkt: ik ben er ook nog.




