Overprikkeling bij ADHD-volwassenen: als een gewone dag te veel wordt
- Matthieu Bosmans
- 2 dagen geleden
- 6 minuten om te lezen
Kort gezegd: Overprikkeling bij een ADHD-brein ontstaat zelden pas op het moment waarop alles te veel wordt. Vaak is je systeem dan al uren aan het schakelen, verwerken, anticiperen en afstemmen.
De uitbarsting, irritatie of het dichtklappen is dan niet het begin, maar het moment waarop zichtbaar wordt dat je beschikbare ruimte al veel eerder begon af te nemen.
Je komt thuis na een gewone werkdag. Niet na een crisis, niet na een uitzonderlijk drukke dag. Je hebt een vergadering gehad, een paar berichten beantwoord, onderweg nog boodschappen gedaan. Aan de voordeur vraagt je partner hoe je dag was. Of je kind roept iets vanuit de woonkamer. En plots is het te veel.
Je zegt kortaf dat je eerst even rust nodig hebt. Misschien zeg je helemaal niets. Je jas blijft aan, je tas staat op de grond en je kijkt naar de keuken alsof je niet meer weet waar je moet beginnen. Later die avond zoek je op woorden als overprikkeling adhd volwassenen, omdat je probeert te begrijpen waarom een dag die voor anderen blijkbaar normaal is, bij jou zo hard kan binnenkomen.
Het gaat dan vaak niet alleen over geluid, licht of een volle agenda. Het is ook de opeenstapeling van kleine momenten waarop er iets van je verwacht werd. Iemand die wachtte op antwoord. Een collega die nog snel iets vroeg. Het verkeer dat niet vooruitging. De keuze aan de kassa. De vraag thuis waar de enveloppen liggen. Elk afzonderlijk moment lijkt misschien klein. Samen voelt het alsof er nergens meer ruimte in je overblijft.
Als een gewone dag te veel wordt
Misschien herken je het aan vergaderingen. Je zit er stil bij, maakt notities en volgt wat er gezegd wordt. Tegelijk probeer je in te schatten wat er van jou verwacht wordt. Wanneer is het jouw beurt? Klink je geïnteresseerd genoeg? Moet je nog reageren op dat bericht dat ondertussen op je scherm verschijnt?
Na afloop zegt iemand: “Dat viel goed mee, hé.” Jij knikt. Maar in de gang voel je al dat je sneller wilt stappen. Buiten is het licht te fel. Je hoort een fietsbel, een vrachtwagen, iemand die telefoneert. Je hoofd blijft doorgaan met zinnen uit de vergadering. Wat je beter anders had kunnen zeggen. Wat je nog moet onthouden. Wat je niet mag vergeten.
Of het gebeurt in de supermarkt. Je ging enkel melk en brood halen, maar er staat iemand met een kar dwars in het gangpad. Een kind huilt. De zelfscan geeft een foutmelding. Iemand kijkt omdat je even niet meteen reageert. Je voelt irritatie opkomen die groter is dan de situatie. Niet omdat die persoon werkelijk zo storend is, maar omdat je al zo lang bezig bent met alles opvangen.
Soms merk je het pas thuis. Je bent de hele dag vriendelijk gebleven. Je hebt meegedacht, oplossingen gezocht en nog een extra taak opgenomen omdat het anders bleef liggen. Dan vraagt iemand thuis iets kleins. Of er nog pasta is. Of je mee naar een familiefeest wilt. En je reactie is scherper dan je wilt.
Daarna komt vaak de tweede laag. Schuld. Je baalt van je toon. Je vraagt je af waarom je niet gewoon even normaal kon antwoorden. Misschien probeer je het meteen recht te zetten door extra lief te doen, nog iets te regelen of te doen alsof er niets gebeurd is. Maar vanbinnen trek je je verder terug.
Overprikkeling bij ADHD-volwassenen is niet altijd zichtbaar
Van buitenaf kun je op zo'n moment nog erg goed functioneren. Je gaat door. Je haalt je deadlines. Je brengt de kinderen naar hun hobby. Je antwoordt op berichten, soms nog laat op de avond. Mensen zien misschien iemand die veel aankan, snel denkt en overal tegelijk mee bezig is.
Wat zij minder zien, is hoeveel aandacht het kost om alles bij te houden. Hoe vaak je jezelf onderbreekt om op iets anders in te springen. Hoe moeilijk het is om een gesprek los te laten wanneer het voorbij is. Of hoe je tijdens een etentje tegelijk luistert, reageert, rekening houdt met iedereen aan tafel en probeert te verbergen dat je eigenlijk weg wilt.
Je kunt ook heel verschillend reageren. De ene wordt drukker. Die begint te praten, te plannen, op te ruimen of nog snel van alles af te werken. Stilvallen zou immers betekenen dat alles binnenkomt. De andere wordt juist stil. Niet omdat er niets meer te zeggen is, maar omdat elke vraag voelt als nog iets waar een antwoord op moet komen.
In relaties kan dat verwarrend zijn. Je partner ziet dat je afhaakt en denkt misschien dat je geen zin hebt in contact. Jij voelt net dat je geen ruimte meer hebt voor nog een vraag, nog een verhaal of nog een verwachting. Je wilt de ander niet wegduwen. Maar nabijheid kan op dat moment aanvoelen als iets wat je er niet meer bij krijgt.
Ook bij je kinderen kan het schuren. Je wilt beschikbaar zijn, geduldig blijven, luisteren naar hun verhalen. Maar net wanneer iedereen thuiskomt en er tassen, geluiden, vragen en emoties door elkaar lopen, merk je dat je lont korter wordt. Daarna neem je je misschien voor om het morgen beter te doen. Alleen begint morgen vaak opnieuw met dezelfde volle stroom.
Het moment waarop je jezelf onderweg kwijtraakt
Er is een verschil tussen een drukke dag en een dag waarop je jezelf onderweg kwijtraakt. Dat tweede gebeurt vaak veel vroeger dan het moment waarop je uitvalt, snauwt of je terugtrekt.
Misschien gebeurde het al toen je instemde met een extra overleg terwijl je agenda vol zat. Of toen je merkte dat je honger had, maar toch eerst die ene taak wilde afwerken. Misschien toen je partner je iets vertelde en jij luisterde terwijl je eigenlijk al voelde dat je hoofd vol zat. Je zei niets, omdat je de ander niet wilde teleurstellen.
Binnen Aceso noemen we die beweging 'de Zoeker'. Niet als etiket en ook niet als vaste identiteit. Eerder als een automatische manier om houvast te bewaren: dooranalyseren, checken, nog één antwoord zoeken vóór je toelaat dat het klaar is. Zolang je blijft zoeken, hoef je niet stil te vallen. En stilvallen is precies het moment waarop alles wat je die dag opving, alsnog binnenkomt.
Die beweging kan je ver brengen. Je bent waarschijnlijk betrouwbaar. Je ziet snel wat nodig is. Je voelt aan wanneer iemand iets verwacht, soms nog voor die persoon het zelf heeft uitgesproken. Maar op een bepaald moment betaal je de rekening alleen. Niet omdat je te weinig wilt of te weinig inzet toont, maar omdat je zo lang geen verschil meer hebt gemaakt tussen wat er bij jou speelt en wat de omgeving van je vraagt.
Dan lijkt overprikkeling plotseling te komen. In werkelijkheid is er vaak al urenlang iets opgestapeld. Niet alleen geluid, taken of sociale indrukken, maar ook de voortdurende inspanning om afgestemd te blijven op alles en iedereen.
Je hoeft niet eerst helemaal vast te lopen
Misschien herken je dat je pas rechtvaardiging zoekt voor rust wanneer je echt niet meer kunt. Wanneer je hoofdpijn hebt, boos wordt, huilt om iets kleins of een afspraak afzegt op het laatste moment. Pas dan lijkt het duidelijk genoeg dat het te veel was.
Maar er zijn ook vroegere momenten. De zucht voor je een bericht opent. Het gevoel dat je sneller wilt praten zodat een gesprek voorbij is. De neiging om nog één taak af te werken terwijl je eigenlijk naar buiten wilt. Het korte, harde “ja” dat je geeft terwijl je vanbinnen voelt dat je liever nee zou zeggen.
Die momenten zijn niet spectaculair. Juist daarom worden ze vaak overgeslagen. Je bent gewend om door te gaan. Misschien ben je daar ook goed in geworden. Alleen wordt doorgaan iets anders wanneer het telkens gebeurt ten koste van jouw eigen tempo, grens of behoefte aan stilte.
De vraag is dan niet alleen: waarom is alles zo veel? Soms helpt een andere vraag meer: op welk moment begon ik vandaag mezelf voorbij te lopen?
Dat is geen vraag die je meteen moet beantwoorden of oplossen. Misschien weet je het niet. Misschien merk je enkel dat je thuiskomt met een gespannen kaak, een gejaagd gevoel of de behoefte om niemand meer te horen. Ook dat vertelt iets. Niet dat er iets mis is met jou, maar dat je dag wellicht meer van je vroeg dan je op dat moment kon blijven dragen.
Wanneer rust niet meteen rustgevend voelt
Sommige mensen plannen bewust een rustige avond en merken vervolgens dat ze niet kunnen landen. Ze scrollen, zetten nog een serie op, eten zonder echt te proeven of beginnen plots kasten uit te mesten. De stilte maakt niet vanzelf ruimte. Er blijft nog van alles nadreunen.
Dat kan frustrerend zijn. Je hebt eindelijk tijd voor jezelf en toch voelt die tijd niet als herstel. Misschien word je zelfs onrustig wanneer niemand iets van je vraagt. Dan is het verleidelijk om te denken dat je gewoon beter moet ontspannen. Maar dat raakt vaak niet aan wat er die dag gebeurde.
Als je lange tijd vooral gericht was op reageren, aanpassen en bijhouden, is het niet vreemd dat je niet onmiddellijk voelt wat jij nodig hebt zodra het stil wordt. Rust is dan niet alleen minder prikkels. Het is ook het moment waarop je weer merkt hoe het werkelijk met je is.
En soms is dat precies wat je de hele dag hebt uitgesteld.
Herken je jezelf hierin, dan gaat de vraag misschien niet alleen over ADHD of overprikkeling, maar ook over hoeveel je zenuwstelsel op een gewone dag moet verwerken en dragen. In Leven met een gevoelig zenuwstelsel lees je verder waarom sommige mensen meer opvangen, meer verwerken en daardoor sneller hun beschikbare ruimte verliezen.
Lees ook verder:




