Rust vinden in een snel brein
- Matthieu Bosmans
- 5 dec 2025
- 2 minuten om te lezen

Er is een bepaald soort brein dat sneller gaat dan het lichaam kan volgen.
Het ziet verbanden nog voor iemand iets heeft uitgesproken.
Het voelt verschuivingen in een gesprek nog voor woorden vallen.
Het scant omgeving, sfeer, ritme, gezichten. Allemaal tegelijk.
Voor veel mensen is dat een sterkte.
Voor jou is het soms uitputtend.
Niet omdat het brein verkeerd werkt,
maar omdat het lichaam niet dezelfde snelheid heeft geleerd.
Wanneer zo’n brein geen rust vindt in het lijf, ontstaat een innerlijke mismatch:
je hoofd gaat vooruit, je lichaam blijft achter.
En in dat tussenstuk ontstaan overprikkeling, vermoeidheid, twijfel, piekeren, achterdocht, verlies van focus en een continu gevoel van “net niet landen”.
Mensen denken dan dat ze “te veel denken”.
Maar dat klopt niet.
Het echte probleem is dat jouw lichaam onvoldoende grond heeft om de informatie van je brein te dragen.
Je probeert dan manieren te vinden om rust te krijgen:
wandelen, mediteren, structureren, analyseren, praten, plannen…
Maar zolang je lichaam niet meedoet, blijft het alsof jij op gas trapt terwijl de rem licht ingedrukt is.
Hoe rust vinden in een snel brein?
In Aceso spreken we dit anders aan.
We beginnen niet bij het hoofd.
We beginnen bij wat het hoofd probeert op te lossen.
Bij de adem die versnelt.
Bij de schouders die optrekken.
Bij de blik die te ver vooruit schiet.
Bij de buik die strak wordt.
Bij het gewicht dat naar voren kantelt.
Bij de ondergrond die niet meer voelbaar is.
Een snel brein heeft geen rust nodig.
Het heeft draagkracht nodig.
Een lichaam dat mee kan in plaats van moet compenseren.
Een ritme dat voldoende breed is om alle informatie te houden.
Een basis die niet in elkaar zakt onder prikkelintensiteit.
Een zenuwstelsel dat niet bij elke spanning naar overdrive gaat.
Wanneer je lichaam leert dragen wat je hoofd ziet, verandert alles:
Je denken wordt helder in plaats van chaotisch.
Je intuïtie wordt richting in plaats van ruis.
Je creativiteit komt terug.
Je reageert minder vanuit overname en meer vanuit keuze.
Je voelt je ouder dan je reflexen en jonger dan je vermoeidheid.
Je merkt dat je ineens ruimte hebt om te ademen en aanwezig te blijven.
Rust is geen stilte.
Rust is een lichaam dat jouw snelheid kan houden.
En dat is trainbaar.
Niet mentaal, maar fysiek.
In kleine, precieze, belichaamde momenten.
In het leren voelen waar je wegzakt en waar je teveel doet.
In het herkennen van wanneer je systeem een fractie te snel gaat.
Dan wordt rust vanzelf een plek om in terug te vallen,
geen doel dat je moet forceren.





Opmerkingen