top of page

Chronische spanning in het zenuwstelsel: de Formule-1 metafoor

Stel je een Formule-1 piloot voor.



Afbeelding van een formule 1 piloot in volle snelheid

Op het circuit rijdt hij meer dan 300 kilometer per uur.

Het lichaam staat volledig op scherp.

De blik vernauwt.

De aandacht wordt extreem precies.

Reacties worden razendsnel.


In die snelheid verdwijnen veel signalen naar de achtergrond.

Niet omdat ze er niet zijn.

Maar omdat ze op dat moment niet relevant zijn.


Het systeem doet wat nodig is om te blijven functioneren.


Wanneer de piloot na de race uitstapt, gebeurt er vaak iets merkwaardigs.

De handen beginnen te trillen.

De vermoeidheid wordt voelbaar.

Spieren beginnen pijn te doen.


Voor een buitenstaander lijkt het alsof het probleem na de race ontstaat.

Maar eigenlijk gebeurt er iets anders.


De signalen die tijdens de snelheid naar de achtergrond verdwenen,

komen opnieuw naar de voorgrond.


In veel begeleidingscontexten zien we lichamen die op een vergelijkbare manier functioneren.

Niet op een circuit,

maar in een leven waarin spanning, verantwoordelijkheid of chronische pijn voortdurend aanwezig zijn.


Het zenuwstelsel leert omgaan met intensiteit.

Het wordt snel.

Alert.

Doeltreffend.


Zoals een piloot die perfect weet hoe hij zijn wagen op hoge snelheid moet houden.





Waarom het zenuwstelsel gewend kan geraken aan chronische spanning


Voor veel mensen met chronische spanning in het zenuwstelsel, langdurige stress of fibromyalgie ontstaat vaak een bijzonder patroon.


Het lichaam raakt gewend aan een hoge mate van activatie.

Niet omdat dat prettig is.

Maar omdat het functioneel blijkt.


In snelheid verdwijnen veel signalen naar de achtergrond.

Vermoeidheid.

Pijn.

Spanning.


Zoals bij een piloot die op topsnelheid rijdt en nauwelijks nog voelt wat er buiten het circuit gebeurt.


Het systeem blijft functioneren.




Wat er gebeurt wanneer het tempo zakt


Wanneer zo’n systeem vertraagt, gebeurt soms iets onverwachts.

Signaleren die lange tijd naar de achtergrond verdwenen waren

worden plots duidelijker.


Spanning in het lichaam.

Vermoeidheid.

Pijn.


Voor het lichaam kan dat voelen alsof vertragen het probleem veroorzaakt.

Terwijl er eigenlijk iets anders zichtbaar wordt.


Vertragen maakt voelbaar wat in snelheid moeilijk waarneembaar was.




Het perspectief van het lichaam


Voor het lichaam zelf is snelheid vaak niet het probleem.


Snelheid kan zelfs een vorm van stabiliteit worden.

De motor draait.

Het systeem weet wat het moet doen.


Wanneer het tempo zakt, verandert dat landschap.

Signalen die eerder naar de achtergrond verdwenen, worden opnieuw duidelijk.


Niet omdat ze plots ontstaan, maar omdat er ruimte komt om ze waar te nemen.


Voor het lichaam kan dat verwarrend zijn.

Het lijkt alsof vertragen de oorzaak is van wat voelbaar wordt.





Het perspectief van de omgeving


Van buitenaf lijkt de oplossing vaak eenvoudig.

“Je moet gewoon wat rustiger aan doen.”


Maar voor een lichaam dat gewend is geraakt aan snelheid,

is vertragen geen eenvoudige stap.


Het vraagt iets wat vaak vergeten wordt.

Niet stoppen.

Maar schakelen.

Van zes naar vijf.

Van vijf naar vier.


Zoals een piloot die opnieuw moet leren voelen

wanneer het moment komt om een versnelling lager te gaan.




Het perspectief van de persoon zelf


Voor de persoon die in dit lichaam leeft kan het bijzonder verwarrend zijn.


Aan de ene kant is er het verlangen naar rust.

Aan de andere kant lijkt elke poging om te vertragen het lichaam juist rustiger te maken.


Snelheid, adrenaline en 'jagen' is hier niet onlogisch.

Het is gekende veiligheid.

Voorspelbaar.


Zoals een piloot die liever op hoge snelheid rijdt

dan dat de wagen zou stilvallen.




Het perspectief van de begeleider


In lichaamsgericht werk wordt dit verschil bijzonder zichtbaar.


Wanneer een lichaam jarenlang op snelheid heeft geleefd,

kan een directe beweging naar stilstand best onveilig voelen.


Niet omdat relatieve rust opzoeken verkeerd is.

Maar omdat het systeem nog geen vertrouwen heeft

in de tussenstappen.


Daar ontstaat de rol van positioneel begeleiden.


Positioneel begeleiden betekent niet dat de begeleider probeert het lichaam te veranderen.


Het betekent dat je als begeleider een positie inneemt

waarin het lichaam opnieuw gedoseerd het verschil kan beginnen voelen.


Het verschil tussen kracht en spanning.

Tussen waakzaamheid en dreiging.

Tussen bewegen en overleven.

...


Zoals een instructeur die een piloot niet leert stoppen,

maar helpt herkennen wanneer het moment komt om te schakelen.





Waarom variatie hier belangrijker is dan rust


In begeleiding van chronische spanning of chronische pijn,

gaat het zelden over het wegnemen van activatie.


Veel vaker gaat het over het herstellen van variatie in het zenuwstelsel.


Wanneer schakelmomenten opnieuw herkenbaar worden,

verandert er iets in het lichaam.


De snelheid hoeft niet te verdwijnen.

Maar ze wordt niet langer de enige mogelijkheid.


Het systeem ontdekt opnieuw dat er meer bestaat

dan alleen gas geven of volledig stilvallen.


En precies daar ontstaat ruimte.

Niet door minder kracht.

Maar door meer variatie.





Slot


In begeleidend werk zien we dit mechanisme regelmatig terug.


Niet omdat lichamen falen,

maar omdat ze zich hebben aangepast aan langdurige spanning.


Zoals een Formule-1 piloot die zo gewend is geraakt aan snelheid

dat traagheid spanning geeft.


Begeleiding gaat dan zelden over het stoppen van beweging.

Het gaat over iets subtielers.

Het lichaam opnieuw laten ontdekken

dat het kan bewegen zonder voortdurend op topsnelheid te moeten leven.


Dat er tussen gas geven en stilvallen

een volledig landschap aan mogelijkheden ligt.

Opmerkingen


Het is niet meer mogelijk om opmerkingen te plaatsen bij deze post. Neem contact op met de website-eigenaar voor meer info.
bottom of page