top of page

Hoe kan ik aanwezig blijven wanneer spanning stijgt?

5 dagen geleden
6 minuten om te lezen

Je zit in een gesprek en merkt dat het gesprek zelf verandert.

Je praat sneller dan daarnet.

Je bent al bezig met wat je straks wil rechtzetten.

Gedachten die naar boven komen zoals: als dit zo doorgaat, zeg ik zo meteen iets wat ik niet meende.

...

Dat opmerken is één ding.

Wat je er dan daadwerkelijk mee kunt is iets anders.


De meeste mensen doen op dat punt alsnog hetzelfde.

Ze proberen zichzelf rustiger te krijgen, of ze spreken zichzelf toe dat het allemaal zo erg niet is.

Soms werkt dat. Maar in de praktijk zie ik dat het vaak niet voldoende is om werkelijk verschil te maken.

Herken je dat moment nog niet goed, dan is dat de eerste vraag: hoe herken ik dat ik mezelf verlies? Deze pagina begint erna.


Het begint niet bij kalm worden

Aanwezig blijven begint niet met kalm worden, en ook niet met jezelf dwingen te blijven.

Het begint met een andere vraag: wat is er op dit moment te weinig?


Dat is een ongebruikelijke vraag, want de eerste neiging gaat de andere kant op.

Er is te veel spanning, dus die moet omlaag.

Maar de spanning zelf is niet noodzakelijk het probleem.

Het probleem is ook dat er te weinig van jou beschikbaar blijft.

Je merkt minder goed op wat er gebeurt, je weet minder goed wat je ervan vindt, en er is nog maar één ding dat je kunt doen.

Dat is ook meteen de maat. Niet hoe rustig je je voelt, maar hoeveel er weer mogelijk wordt.

Wat er van jou beschikbaar blijft wanneer er iets van je gevraagd wordt, is wat we draagkracht noemen.

Minder spanning kan daarbij helpen. Het is alleen geen doel op zich, en geen bewijs dat er iets is opgelost.


Wat er op dat moment te weinig kan zijn

Wat ontbreekt verschilt per moment, en het is meestal iets heel gewoons.

  • Soms is er simpelweg te veel tegelijk.

    Dan helpt minderen: een kleiner stuk van het onderwerp, korter, meer afstand, of er later op terugkomen.


  • Soms staat alles op één ding gericht. Op het gezicht van de ander, of op het argument dat je aan het opbouwen bent. Dan helpt het om iets neutraals erbij te houden, zodat de spanning niet het hele veld inneemt.


  • Soms zit het lichaam vast, of jaagt het juist door. Dan kan een verandering in houding, tempo of beweging iets losmaken. Wat precies, verschilt per persoon; er is hier niets wat voor iedereen werkt.

  • Soms ontbreekt er invloed of overzicht. Je weet niet hoe lang dit duurt, wat er nog komt, of dat je mag stoppen. Dan helpt duidelijkheid meer dan kalmte. Een begin en een eind, een moment om na te denken, de mogelijkheid om er later op terug te komen.

  • Soms ligt het probleem eerder bij ik kan er zelf niet bij of uit. Dan helpt iemand erbij die aanwezig blijft zonder het over te nemen.


  • En soms is het nog onduidelijk wat er aan de hand is. Dan helpt het om bij het feitelijke te blijven. Wat gebeurt hier, wat weet ik, en wat denk ik erover.


Dit zijn voorbeelden, geen volledige lijst.

Er zit geen volgorde in en je hoeft ze niet af te lopen.

Meestal springt er één uit zodra je de vraag stelt.


Waarom hetzelfde soms helpt en soms niet

Trager ademen kan de ene keer ruimte geven en de andere keer vooral irritatie.

Als er te veel tegelijk gebeurt, kan vertragen precies zijn wat je nodig hebt.

Maar als je vooral vastloopt omdat je niet weet waar je aan toe bent, helpt rustig ademen je misschien weinig. Dan heb je eerder duidelijkheid nodig.


Hetzelfde geldt voor stilte.

Soms geeft die ruimte om opnieuw te merken wat er bij jou gebeurt.

Op een ander moment maakt stilte het net moeilijker en helpt iets concreets meer: even stoppen, een vraag stellen of afspreken wanneer je erop terugkomt.


Daarom is de vraag niet alleen: wat helpt mij bij spanning?

De betere vraag is: wat heb ik op dit moment nodig om opnieuw wat meer ruimte te krijgen?


Iets wat gisteren hielp, hoeft vandaag dus niet hetzelfde effect te hebben. Dat betekent niet automatisch dat je het verkeerd doet. Het is vooral een reden om opnieuw te kijken.

Daar is vaak niet veel voor nodig.


Probeer niet alles tegelijk te veranderen.

Verander één klein ding en merk wat er daarna gebeurt.

Kun je weer beter voelen wat je ervan vindt?

Zie je opnieuw meer dan één mogelijkheid?

Kun je kiezen om verder te gaan, te vertragen of te stoppen?

Dan heeft die kleine verandering iets nuttigs gedaan.


Het doel is dus niet om de juiste techniek te vinden.

Het is leren waarnemen wat je nodig hebt om opnieuw meer keuze te krijgen.


Aanwezig blijven is niet blijven zitten

In het woord aanwezig blijven zit een misverstand, en ik kom het in de praktijk vaak genoeg tegen om het hier te vermelden.

Aanwezig blijven betekent niet dat je in het gesprek moet blijven.

Niet dat je moet doorgaan.

Niet dat je meer moet verdragen dan wat mogelijk is voor jou.


Vertragen is een mogelijkheid. Stoppen ook. Afstand nemen, tijd vragen, iemand erbij halen, er later op terugkomen: dat zijn allemaal uitkomsten waarin je bij jezelf blijft, geen manieren waarop je het opgeeft.


Soms is de verandering die past precies dat, eruit gaan.


Tegelijk is stoppen niet vanzelf de betere keuze.

Een pauze kan helpen om weer beschikbaar te worden, en een pauze kan ook een manier worden om het onderwerp te laten verdwijnen.


Het verschil zit niet in het stoppen zelf maar in wat erna komt.

Kom je terug met iets meer contact met jezelf, of vooral met argumenten?

En kom je terug?


Waaraan je merkt dat het klopte

Zonder toets valt bijna iedereen terug op de enige maat die hij kent: voelt het beter?

Voor Aceso is dat niet de maatstaaf.

De vraag is of er weer keuze is.


Je merkt weer wat er gebeurt.

Je kunt gevoel en gedachte weer een beetje uit elkaar houden.

De neiging is er nog, maar ze bepaalt niet alles.

Er is meer dan één ding dat je kunt doen. Doorgaan, vertragen, stoppen of iemand erbij vragen wordt weer een keuze in plaats van het enige dat overblijft. En je kunt er daarna ook weer uit.


Wat er niet hoeft te gebeuren, is minstens zo belangrijk. De spanning hoeft niet weg. Je lichaam hoeft niet rustig te zijn. Het gesprek hoeft niet opgelost te zijn. Gebeurt dat wel, dan is het prettig.

Het bewijst echter niets.


Kort gezegd                                    

Aanwezig blijven begint niet bij kalm worden. Het begint bij de vraag wat er op dat moment te weinig is: te veel tegelijk, te smal gericht, te weinig houvast, te alleen. Verander één klein ding en kijk daarna niet of je je rustiger voelt, maar of er weer meer dan één reactie mogelijk is.

Dat dit kan groeien

Dit is geen vaardigheid die je ofwel hebt ofwel niet.

Ze kan groeien en veranderen, alleen niet zoals mensen meestal verwachten.

Ze groeit in gewone momenten waarin er genoeg gebeurt om iets zichtbaar te maken, maar niet zoveel dat alles wordt overgenomen.

Niet door spanning op te zoeken, en niet door telkens zwaardere situaties aan te gaan.

Herstel hoort erbij. Wat opengaat, rond je af. Zonder dat wordt het geen oefening maar belasting.

En dat het in de ene situatie lukt en in de andere niet, is niet meteen terugval.

Dat is meestal hoe het eruitziet.


Steun hoort er ook bij, en die verdwijnt niet naarmate je verder komt.

Wat verandert is dat je gerichter merkt wanneer ze helpt, en welke.


Wat je hiermee zelf kunt

Wat deze tekst kan doen: je een andere vraag geven, je achteraf laten zien wat er ontbrak, en het in gewone momenten iets waarschijnlijker maken dat je die vraag op tijd stelt. Soms lukt het dan ook om een kleine passende verandering te kiezen.

Wat ze niet kan, is ervoor zorgen dat je dit onder hoge spanning al betrouwbaar doet. Begrijpen en kunnen zijn twee verschillende dingen, en het tweede volgt niet vanzelf uit het eerste. Wat je nu helder ziet, is niet vanzelf beschikbaar wanneer het erop aankomt.

Daar hoort nog een nuance bij. Meer opmerken is niet hetzelfde als meer aankunnen. Wie scherper gaat kijken zonder dat het vermogen om erbij te blijven meegroeit, merkt vooral dat alles zwaarder wordt. De bruikbare toets is eenvoudig: merk ik meer op, en kan ik er ook weer uit?

De manier van kijken hierboven vraagt niet om spanning op te zoeken of om moeilijke dingen verder te openen. Ze blijft bij het moment dat er toch al is. Loopt een moment zo hoog op dat het contact wegvalt, dan is verder gaan niet de beweging; dan zijn afstand, oriëntatie of herstel aan de orde. Bij aanhoudende ontregeling of medische vragen is dit niet het juiste kader.


Tot slot

Als spanning stijgt, hoef je dus niet rustiger te worden en ook niet te blijven zitten. Je kunt eerst kijken wat er op dat moment ontbreekt, één kleine verandering maken, en daarna toetsen of er weer meer mogelijk is.


Wat er precies groeit wanneer dit lukt, en waarom het per situatie verschilt.


Wat er over langere tijd verandert, en waarom dat niet neerkomt op jezelf dwingen.

bottom of page