top of page

Hoe merk je sociale overprikkeling bij jezelf?

4 dagen geleden
6 minuten om te lezen

Je zegt nog: “Leuk om jullie te zien.” Je jas hangt al aan de kapstok, de voordeur is dicht en het huis is stil. Pas dan merk je hoe hard je schouders vastzitten. Iemand heeft niets verkeerds gezegd. Het was zelfs een fijne avond. Toch wil je niet meteen vertellen hoe het was. Je wilt alleen dat niemand nog iets vraagt. Hoe merk je sociale overprikkeling? Vaak niet op het moment zelf, maar in de stilte erna.

Wanneer een gewone afspraak te veel blijft hangen

Misschien herken je het na een werkdag op kantoor. Er waren vergaderingen, vragen tussendoor, een collega die even aan je bureau bleef staan. Je hebt meegedacht, gelachen op de juiste momenten en snel gereageerd op berichten. Onderweg naar huis komt er plots een bericht binnen van een vriend. Een eenvoudige vraag: “Hoe was je dag?” Je ziet het scherm oplichten en voelt weerstand. Niet omdat die vriend je stoort. Je krijgt alleen geen antwoord meer gevormd.

Thuis zet je je tas neer, maar je blijft nog even in de keuken staan. Je weet niet goed wat je nodig hebt. Eten maken voelt als een taak. Praten voelt als een taak. Zelfs kiezen wat je wilt kijken, is te veel. Misschien scrol je een tijd op je telefoon, niet omdat het je ontspant, maar omdat je niets anders meer kunt verdragen.

Soms komt het er anders uit. Je wordt kortaf tegen je partner terwijl die alleen vraagt of je nog boodschappen nodig hebt. Of je kind vertelt enthousiast over school en je hoort de woorden wel, maar ze komen niet echt binnen. Daarna voel je schuld. Je had toch meer geduld moeten hebben. Het was toch maar een gewone dag?

Dat woordje ‘maar’ kan hard aankomen. Want voor de buitenwereld was er weinig bijzonders. Je hebt gefunctioneerd. Je hebt gedaan wat nodig was. Misschien ben je zelfs degene die de sfeer bewaart, die aanvoelt wie er stil is en die ervoor zorgt dat niemand zich buitengesloten voelt.

Juist daardoor zie je soms niet hoeveel er van je gevraagd werd. Niet alleen door het gesprek, de drukte of de afspraken, maar ook door alles wat je ondertussen bijhield. Hoe iemand keek toen je iets zei. Of je collega geïrriteerd klonk. Of je partner stiller was dan anders. Of je op het juiste moment lachte. Of je nog iets moest oplossen voordat je naar huis ging.

Je bent aanwezig, maar niet helemaal bij jezelf

Op een verjaardag zit je misschien naast iemand die veel vertelt. Je knikt, stelt vragen en houdt het gesprek gaande. Ondertussen voel je dat je eigenlijk naar buiten wilt, of naar de keuken waar even niemand iets van je vraagt. Maar je blijft zitten. Het zou onbeleefd zijn om weg te lopen. Bovendien wil je niet dat die ander denkt dat je geen interesse hebt.

Later die avond weet je nog precies wat iedereen heeft verteld, maar nauwelijks wat jij zelf wilde zeggen. Misschien had je een mening, een verhaal of een grens. Die kwam niet aan bod. Niet omdat iemand je bewust de ruimte afnam, maar omdat jij die ruimte niet meer voelde terwijl de anderen er waren.

Dat kan ook in kleinere momenten gebeuren. In de supermarkt kom je een bekende tegen. Je maakt een praatje, vriendelijk en vlot. Daarna loop je verder met een vol hoofd en vergeet je de helft van wat je nodig had. Of je ziet een gemiste oproep van je moeder en stelt terugbellen uit tot de avond. Tegen dan voelt het gesprek al zo groot dat je het nog een dag laat liggen.

Sociale overprikkeling ziet er dus niet altijd uit als een ruimte die te luid is of een dag die uit zijn voegen barst. Soms zit het in de nasleep. In het feit dat een eenvoudig bericht onbeantwoord blijft. Dat je na een lunch met collega’s niets meer kunt verdragen. Dat je op vrijdagavond afzegt, terwijl je eerder die week nog zin had in die afspraak.

Hoe merk je sociale overprikkeling in je reacties?

Misschien merk je vooral dat je lichaam sneller wil verdwijnen uit contact. Je kijkt naar de klok. Je wordt onrustig wanneer iemand dicht bij je blijft staan. Je adem zit hoog zonder dat je daar meteen woorden voor hebt. Je hoort jezelf sneller praten, of juist minder zeggen omdat je bang bent dat je de draad kwijt raakt.

Anderen merken er soms weinig van. Je kunt heel sociaal overkomen terwijl je vanbinnen al aan het rekenen bent: hoe lang duurt dit nog, wanneer kan ik weg, wat moet ik nog zeggen voordat het raar wordt? Je vertrekt pas wanneer het gepast voelt, niet wanneer je werkelijk wilt vertrekken.

Daarna volgt vaak het terugtrekken. Geen muziek. Geen gesprek. Geen keuze. Misschien wil je vroeg naar bed, maar slaap je niet meteen omdat de dag nog door je heen beweegt. Flarden van gesprekken komen terug. Je herhaalt wat je gezegd hebt. Was dat wel goed? Had ik anders moeten reageren? Had ik iets gemist?

Soms slaat het om naar irritatie. Het geluid van een kind dat roept vanuit de andere kamer komt harder binnen dan anders. Je partner die dichtbij komt zitten, voelt plots als te veel. Niet omdat je geen verbinding wilt, maar omdat er geen ruimte meer over lijkt te zijn om iemand binnen te laten.

En soms doe je het tegenovergestelde: je blijft doorgaan. Je beantwoordt toch nog die berichten. Je zegt toch nog ja op een extra etentje. Je neemt op terwijl je eigenlijk stilte nodig hebt. Pas dagen later merk je dat je moe bent op een manier die niet verdwijnt van één rustige avond.

De beweging die de sfeer veilig probeert te houden

Binnen Aceso noemen we dit soms de Pleaser. Niet als etiket, maar als een beweging die opduikt wanneer contact spanning geeft. De Pleaser probeert veiligheid te bewaren door rekening te houden met de ander. Door toegankelijk te blijven. Door niet lastig te zijn. Door pas weg te gaan wanneer iedereen het begrijpt.

Die beweging kan je ver brengen. Je bent vaak attent, betrouwbaar en betrokken. Maar wanneer je voortdurend voelt wat er bij de ander nodig is, raak je soms verder verwijderd van wat er bij jou gebeurt. Dan merk je pas na het contact dat je over je grens bent gegaan. Niet omdat je die grens niet hebt, maar omdat je hem op dat moment niet meer goed kon onderscheiden van alles om je heen.

Het verschil tussen moe zijn en jezelf kwijtraken

Na mensen zijn kan vermoeiend zijn. Dat hoeft niet te betekenen dat er iets mis is. Een druk familiefeest, een intensieve werkdag of een lange avond kan gewoon energie kosten. Het verschil zit soms niet in hoeveel mensen er waren, maar in wat er onderweg met jou gebeurde.

Kon je nog voelen dat je dorst had, dat je even naar buiten wilde of dat een onderwerp je raakte? Kon je een pauze nemen zonder eerst te bewijzen dat je genoeg aanwezig was geweest? Kon je iets niet weten, stil zijn of van mening verschillen zonder meteen te willen herstellen wat er tussen jullie ontstond?

Als dat moeilijk wordt, gaat sociale overprikkeling mogelijk minder over de hoeveelheid prikkels alleen. Dan gaat het ook over hoe hard je werkt om in contact te blijven zonder jezelf kwijt te raken. De drukte is dan niet alleen buiten je. Ze zit ook in het voortdurende afstemmen, inschatten en bijsturen.

Dat is een andere blik dan: “Ik kan gewoon niet goed tegen mensen.” Misschien kun je juist goed met mensen omgaan. Misschien doe je het zelfs zo goed dat niemand ziet hoeveel het je kost. De vraag wordt dan niet of je socialer of minder sociaal zou moeten zijn. Eerder: wat gebeurt er met jou terwijl je probeert het voor iedereen goed te doen?

De stilte na afloop mag iets laten zien

De volgende keer dat je thuiskomt na een afspraak en niets meer wilt, hoef je daar niet meteen een oplossing van te maken. Misschien hoef je ook niet uit te zoeken of de afspraak wel of niet goed voor je was. Je kunt alleen even opmerken wat er overblijft wanneer er niemand meer tegenover je zit.

Ben je vooral moe? Ben je gejaagd? Boos zonder duidelijke reden? Verdrietig omdat je er wel was, maar jezelf nauwelijks gevoeld hebt? Die nuance kan veel veranderen. Niet omdat je dan meteen anders moet handelen, maar omdat je minder snel besluit dat je je aanstelt of tekortschiet.

In het kenniscentrum sluit het artikel over bij jezelf blijven onder spanning hier mooi op aan. Niet om contact kleiner te maken, maar om te onderzoeken wat er nodig is zodat je ook in contact nog ergens bij jezelf kunt blijven.

 
 
bottom of page