top of page

ADHD of een overprikkeld zenuwstelsel herkennen

4 sep
6 minuten om te lezen

Je staat in de supermarkt na een lange werkdag. De rij aan de kassa schuift traag op. Iemand praat luid aan de telefoon. Een kind huilt twee rijen verder. Je partner stuurt een bericht met de vraag wat jullie eten. Op zich zijn het gewone dingen. Toch voelt het alsof er nergens meer ruimte is.

Misschien herken je dan de vraag die later opduikt: is dit ADHD of een overprikkeld zenuwstelsel? Je zoekt verklaringen omdat je merkt dat je aandacht verspringt, dat geluid harder binnenkomt of dat een kleine vraag te veel kan zijn. Niet altijd. Maar op bepaalde dagen opvallend snel.

Je rekent af, glimlacht naar de kassier en rijdt naar huis. Onderweg zet je de radio uit. Thuis vraag je of iedereen even stil kan zijn. Of je zegt juist niets, omdat je geen gedoe wilt. Je begint te koken, vergeet wat je uit de kast wilde halen en ergert je aan jezelf. Nog voor de avond voorbij is, denk je misschien: waarom kan ik dit niet gewoon aan?

Wanneer alles tegelijk lijkt binnen te komen

Het zit vaak niet alleen in drukte. Het zit in de opeenstapeling ervan.

Op je werk begin je de dag met een duidelijke planning. Dan komt er een onverwachte vraag van een collega. Iemand wil snel overleggen. Je mailbox loopt vol. In een vergadering merk je dat je tegelijk probeert te luisteren, de sfeer aan te voelen en alvast na te denken over wat je straks moet zeggen. Je knikt, maakt notities en houdt jezelf bij elkaar.

Niemand ziet misschien dat je ondertussen de draad kwijt bent. Je lijkt betrokken. Je reageert vriendelijk. Je lost zelfs nog iets op voor een ander. Maar na die vergadering weet je niet meer wat er precies besloten is. Je opent je computer en staart naar het scherm. Er is veel te doen, maar je vindt geen beginpunt.

Soms wordt dat zichtbaar als gejaagdheid. Je springt van taak naar taak, opent vijf tabbladen en eindigt met een lijstje dat langer is dan ervoor. Soms ziet het er anders uit. Je blijft net heel lang hangen bij één kleine taak. Een mail van drie zinnen herschrijven. De vaatwasser uitladen terwijl er eigenlijk dringend werk wacht. Nog even scrollen, omdat kiezen wat eerst moet gebeuren te veel voelt.

Ook in contact kan het zich tonen. Je partner vertelt over een moeilijke dag terwijl jij nog vol zit van de jouwe. Je wilt luisteren. Je vindt het ook belangrijk. Maar er komt geen woord meer binnen zonder dat iets in jou zich aanspant. Wanneer er vervolgens gevraagd wordt wat jij ervan vindt, zeg je misschien kortaf dat je moe bent. Of je antwoordt precies wat de ander nodig lijkt te hebben, zodat het gesprek snel weer rustig wordt.

Later, wanneer iedereen slaapt, komt het vaak pas. De onrust. Het gevoel dat je iets verkeerd hebt gedaan. De gedachte aan dat ene zinnetje dat je anders had moeten formuleren. Of een plotselinge vermoeidheid die zo groot is dat zelfs douchen of je tanden poetsen als een extra opdracht voelt.

ADHD of een overprikkeld zenuwstelsel: de vraag achter de vraag

De vraag naar ADHD of een overprikkeld zenuwstelsel gaat soms over concentratie, vergeetachtigheid of snel afgeleid zijn. Maar er zit vaak nog een andere vraag onder: waarom kost het mij zoveel moeite om bij mezelf te blijven wanneer er veel van mij gevraagd wordt?

Misschien zijn er dagen waarop je veel aankunt. Een drukke werkdag, een etentje, kinderen die door elkaar praten - het lukt. Je bent aanwezig, maakt grapjes, regelt wat er nodig is. En dan zijn er andere dagen waarop een melding op je telefoon al te veel is. Niet omdat die melding zo bijzonder is, maar omdat er voordien al veel in jou en rond jou gebeurde.

Dat verschil kan verwarrend zijn. Je kijkt naar wat anderen lijken te doen en vraagt je af waarom het bij hen vanzelf gaat. Je maakt afspraken met jezelf: morgen beter plannen, vroeger slapen, minder op je telefoon kijken. Soms helpt dat even. Maar op een moment van spanning grijp je toch weer naar hetzelfde: harder werken, alles zelf willen dragen, vermijden dat iemand teleurgesteld is of je terugtrekken voordat er nog meer binnenkomt.

Dan lijkt het alsof je tekortschiet in overzicht of discipline. Terwijl er misschien iets anders zichtbaar wordt: hoeveel je onderweg al hebt opgevangen zonder dat iemand het merkte.

Je bent niet altijd afgeleid van wat belangrijk is

Wie veel oppikt, is vaak niet simpelweg afgeleid. Je aandacht gaat misschien naar de frons van je leidinggevende, de stilte na jouw opmerking, de spanning tussen twee collega's of de veranderde toon in een bericht. Terwijl je probeert te volgen wat er inhoudelijk gezegd wordt, ben je ook bezig met wat er tussen de regels gebeurt.

Dat is geen bewuste keuze. Je merkt het vaak pas achteraf. Je komt thuis en weet nog precies dat je collega anders keek, maar niet meer welke deadline jullie hadden afgesproken. Of je herleest een bericht van je partner en voelt opnieuw de druk om het juiste antwoord te geven.

Binnen Aceso noemen we deze beweging soms de pleaser. Niet als identiteit, en ook niet als oordeel. Het is de neiging om de verbinding veilig te houden door snel aan te voelen wat de ander nodig heeft en daar meteen op in te spelen. Dat kan je ver brengen. Je bent attent, betrouwbaar en vaak degene bij wie anderen terechtkunnen.

Maar wanneer die beweging onder spanning sterker wordt, raak je gemakkelijk verder van je eigen tempo verwijderd. Je zegt ja terwijl je lichaam al nee zegt. Je blijft luisteren terwijl je eigenlijk stilte nodig hebt. Je probeert de sfeer goed te houden, ook wanneer je zelf nog niet weet wat er in je gebeurt.

De overprikkeling zit dan niet alleen in licht, geluid of een volle agenda. Ze kan ook groeien doordat je voortdurend ruimte maakt voor alles en iedereen, behalve voor wat er in jou al aan het oplopen is.

Het moment waarop je jezelf voorbijloopt

Vaak is er een klein moment waarop je jezelf verlaat. Niet dramatisch. Eerder onopvallend.

Je zit aan tafel en hoort jezelf zeggen dat het wel lukt om nog iets extra op te nemen op het werk. Je kind roept voor de derde keer en je antwoord klinkt scherper dan je wilde. Een vriendin vraagt of je dit weekend kunt afspreken en je zegt meteen ja, hoewel je bij het idee al moe wordt. Je merkt het wel, ergens. Maar je gaat door, omdat stilstaan op dat moment niet haalbaar lijkt.

Pas later volgt de rekening. Je bent sneller geraakt. Je reageert op een gewone vraag alsof het kritiek is. Je partner vraagt wat er scheelt en je kunt het niet uitleggen. Er is te veel gebeurd om er één oorzaak van te maken. Dus zeg je misschien: niets. Of: ik ben gewoon moe.

Dat kan kloppen. En toch is moe soms een woord waarin veel samenkomt. Niet enkel een tekort aan slaap, maar ook het voortdurend schakelen, aanvoelen, bijsturen en doorgaan. Het is de vermoeidheid van iemand die lang aanwezig was voor wat buiten zichzelf gebeurde, maar onderweg moeilijk bij zichzelf kon blijven.

De vraag hoeft dan niet meteen te zijn welk etiket bij jou past. Misschien is de interessantere vraag: op welke momenten begin ik mezelf kwijt te raken? Is dat wanneer iemand iets van mij verwacht? Wanneer er conflict dreigt? Wanneer ik moet kiezen? Of juist wanneer er eindelijk rust is en alles wat ik overdag heb weggeduwd, voelbaar wordt?

Ruimte tussen wat er gebeurt en wat jij moet dragen

Er verandert vaak iets wanneer je niet langer probeert te bewijzen dat je alles aankunt. Niet omdat je dan minder verantwoordelijk wordt, maar omdat je nauwkeuriger begint te zien wat van jou is en wat je onderweg bent gaan meedragen.

Misschien is de drukte op kantoor werkelijk druk. Misschien vraagt je gezin veel. Misschien zijn er omstandigheden die niet zomaar anders worden. Maar dat betekent niet dat elk geluid, elke vraag en elke stemming dezelfde plaats in jou moet krijgen.

Dat onderscheid ontstaat zelden door er snel over na te denken. Het begint eerder bij het herkennen van die gewone momenten: de supermarkt, de vergadering, het bericht waarop je meteen wilt antwoorden, de avond waarop je niets meer kunt verdragen. Daar wordt zichtbaar hoe snel je systeem in actie schiet om alles op te vangen.

Je hoeft daar niet meteen iets mee te doen. Alleen al zien dat je niet lui, ongeïnteresseerd of ongemotiveerd bent wanneer je vastloopt, kan een andere opening geven. Misschien ben je al langer bezig geweest dan je zelf had doorgehad.

Lees daarna ook het artikel over aanwezig blijven onder spanning. Niet om jezelf beter te organiseren, maar om te verkennen hoe je bij jezelf kunt blijven wanneer het leven veel tegelijk vraagt.

 
 
bottom of page