top of page

Wanneer worden prikkels te veel in je dag?

12 sep
6 minuten om te lezen

Je komt thuis na een gewone werkdag. Geen crisis, geen grote ruzie, niets wat je zelf als uitzonderlijk zou omschrijven. Toch staat het geluid van de dampkap te hard. Iemand stelt een vraag terwijl je je jas nog aanhebt. Je telefoon licht op. In de keuken ligt een brooddoos die nog afgewassen moet worden.

Op zo'n moment vraag je je misschien af: wanneer worden prikkels te veel? Want van buitenaf gezien viel het toch mee. Je hebt je werk gedaan, een vergadering bijgewoond, onderweg nog boodschappen gehaald. Je was vriendelijk tegen de kassier en antwoordde op berichten. Pas thuis lijkt alles tegelijk binnen te komen.

Je zegt dat je even rust nodig hebt, maar zelfs die zin kan al te veel voelen. Misschien trek je je terug in een andere kamer. Misschien reageer je korter dan je wilt. Of je gaat juist verder: nog snel koken, nog een mail beantwoorden, nog vragen hoe de dag van de ander was. Tot er later op de avond weinig van je overblijft behalve een vol hoofd, vermoeide ogen en het verlangen dat niemand nog iets vraagt.

Het moment waarop een gewone dag kantelt

Het is vaak niet één geluid, één gesprek of één drukke winkel die maakt dat prikkels te veel worden. Het is de opeenstapeling van kleine momenten waarin je aanwezig moest zijn zonder dat er echt ruimte was om bij jezelf te blijven.

Misschien begon het al bij het ontbijt. Een kind dat traag zijn schoenen aantrekt, terwijl jij de tijd in de gaten houdt. Je houdt je toon rustig, zoekt de verdwenen turnzak en denkt ondertussen aan het gesprek dat je straks op het werk moet voeren. In de auto staat de radio aan. Bij aankomst is er meteen iemand die iets van je nodig heeft.

Je merkt het niet noodzakelijk op dat moment. Je functioneert. Je weet wat er moet gebeuren en je doet het. Misschien ben je daar ook goed in geworden. Anderen zien iemand die overzicht houdt, inspringt en niet snel klaagt.

Maar terwijl de dag doorgaat, verdwijnt er soms iets naar de achtergrond: de vraag hoe het eigenlijk met jou is. Niet als grote, plechtige vraag. Eerder heel eenvoudig. Heb ik nog ruimte? Wil ik dit gesprek nu voeren? Kan deze vraag even wachten? Ben ik nog hier, of ben ik alleen nog aan het reageren?

Als die vragen geen plaats krijgen, kan een klein detail later de grens lijken te overschrijden. De trein die vertraging heeft. Iemand die tijdens het eten doorpraat. Een collega die nog net voor vijf uur iets vraagt. Je merkt dat je niet meer goed hoort wat er gezegd wordt, of juist alles hoort. De tik van een pen. Het kauwen aan tafel. Een melding op een telefoon aan de andere kant van de kamer.

Soms word je stil. Je antwoordt met korte zinnen en hoopt dat niemand vraagt wat er is. Soms raak je geïrriteerd door iets wat anders geen probleem zou zijn. En soms voel je vooral schuld achteraf. Omdat je kind niets verkeerd deed. Omdat je partner gewoon contact zocht. Omdat die collega maar één vraag stelde.

Dat schuldgevoel kan de druk nog verhogen. Je probeert het de volgende keer beter te doen. Geduldiger te blijven. Minder fel te reageren. Meer te verdragen. Alleen is verdragen niet hetzelfde als ruimte hebben.

Ook fijne momenten kunnen te veel vragen

Prikkels hoeven niet vervelend te zijn om veel te vragen. Een verjaardag met mensen die je graag ziet kan je toch leeg achterlaten. Een daguitstap met je gezin kan mooi zijn en tegelijk maken dat je tegen de avond niets meer kunt verdragen. Zelfs een gesprek waarin iemand oprecht naar je luistert, kan veel binnenbrengen wanneer je al de hele dag afgestemd bent geweest op anderen.

Misschien herken je het na een etentje. Je was betrokken, lachte mee en stelde vragen. Op weg naar huis herhaal je stukjes van het gesprek. Had je dat wel juist gezegd? Was je niet te stil? Had je meer moeten reageren? Thuis wil je eigenlijk nog iets delen met je partner, maar je hebt geen woorden meer.

Of je zit in een vergadering en voelt dat de sfeer verandert. Twee collega's zijn het niet eens. Niemand zegt rechtstreeks wat er speelt, maar jij merkt de spanning meteen. Je gaat harder nadenken. Je zoekt naar de juiste formulering. Misschien maak je een grapje om de lucht lichter te maken, of neem je snel een taak op je zodat er weer beweging komt.

Dat zijn kleine momenten. Ze lijken niet spectaculair. Maar ze vragen wel iets van je. Zeker wanneer je gewend bent om ongemak snel op te vangen.

Wanneer worden prikkels te veel, of wanneer raak je jezelf kwijt?

Misschien ligt de verschuiving niet alleen in de hoeveelheid geluid, mensen of taken. Misschien worden prikkels vooral zwaar op de momenten waarop jij geen eigen plek meer ervaart binnen wat er gebeurt.

Dat kan gebeuren wanneer je voortdurend rekening houdt met de stemming van anderen. Wanneer je al antwoord geeft voordat je voelt wat je zelf wilt zeggen. Wanneer je thuis nog doorgaat omdat iedereen op jou lijkt te leunen. Of wanneer je op het werk blijft zitten terwijl je aandacht al lang op is, omdat weggaan ongemakkelijk voelt.

Dan is de drukte niet alleen buiten je. Er loopt ook vanbinnen een voortdurende opdracht mee: houd het goed, stel niemand teleur, blijf vriendelijk, maak geen gedoe. Je hoeft die opdracht niet letterlijk te denken. Vaak is ze sneller dan woorden.

Binnen Aceso noemen we dit soms de Pleaser. Niet als etiket en ook niet als vaste identiteit. Het is een beweging die probeert veiligheid te bewaren door af te stemmen, te helpen en de ander niet tot last te zijn. Die beweging heeft je mogelijk veel gebracht. Je bent attent, betrouwbaar, gevoelig voor wat nodig is.

Maar op drukke dagen kan zij ook maken dat je pas laat merkt hoeveel er van je gevraagd werd. Niet omdat je niets voelt, maar omdat je aandacht al zo lang naar buiten gericht is. Wanneer je dan thuiskomt, valt die inspanning soms weg. En precies dan lijken de prikkels ineens onverdraaglijk.

Dat geeft een andere blik op je reactie. Niet: waarom kan ik zo weinig hebben? Maar: hoeveel heb ik vandaag gedragen zonder mezelf daarin mee te nemen?

Die vraag maakt een drukke dag niet meteen minder druk. Ook een rustige avond wist niet automatisch uit wat er eerder gebeurde. Soms zijn er periodes waarin werk, zorg of een gezin nu eenmaal veel vragen. Maar er kan wel iets veranderen in hoe je naar dat kantelpunt kijkt.

Misschien hoef je niet eerst te bewijzen dat het echt te veel was. Misschien mag je opmerken dat je al uren aan het meebewegen bent. Dat je sneller spreekt dan je voelt. Dat je in de supermarkt niet meer kunt kiezen uit twee soorten yoghurt, terwijl je die ochtend nog prima een ingewikkeld probleem oploste. Niet omdat je onbekwaam bent, maar omdat er weinig van je aandacht bij jou is gebleven.

De avond waarop niets meer lukt

Vaak is de moeilijkste plek niet de drukke plek zelf, maar de overgang erna. Je komt thuis en verwacht van jezelf dat je meteen weer beschikbaar bent. Voor je partner, je kinderen, het huishouden of een bericht van een vriend. Terwijl je misschien nog niet echt bent aangekomen.

Dan kan een simpele vraag als ‘Hoe was je dag?’ voelen als een extra taak. Niet omdat je de ander wilt afwijzen. Wel omdat het antwoord zoeken al meer vraagt dan je op dat moment kunt geven. Je zegt misschien ‘goed’ of ‘druk’, en hoopt dat het gesprek daarmee klaar is. Daarna baal je dat je zo afstandelijk deed.

Er zit vaak veel zachtheid in dat moment, ook al ziet het er niet zo uit. Onder de kortafheid zit geregeld geen onwil, maar een grens die pas hoorbaar wordt wanneer hij al lang overschreden is.

Dat is wellicht het herkenbare aan te veel prikkels: je merkt niet altijd het eerste moment waarop het begint. Je merkt het aan de handdoek die verkeerd hangt. Aan het bericht waarop je niet meer kunt antwoorden. Aan de behoefte om in de auto nog tien minuten op de oprit te blijven zitten voordat je naar binnen gaat.

Je hoeft daar geen sluitende verklaring voor te hebben. Soms is het al betekenisvol om te zien dat je reactie niet uit het niets komt. Er ging een hele dag aan vooraf waarin je beschikbaar was, meedacht, aanvoelde en doorging.

Wie hierin zichzelf herkent, kan daarna verder lezen over [aanwezig blijven onder spanning](https://www.aceso.be/post/aanwezig-blijven-onder-spanning-leren). Niet om voortaan alles aan te kunnen, maar om langzaam weer te merken waar jij bent in alles wat er van je gevraagd wordt.

 
 
bottom of page