top of page
Rusten versus herstellen van prikkels herkennen

Rusten versus herstellen van prikkels herkennen

6 okt
5 minuten om te lezen

Je sluit je laptop. De kinderen zijn eindelijk stil of je partner zit naast je op de zetel. Je zet een serie aan die je al kent, omdat kiezen te veel voelt. Misschien scrol je nog wat op je telefoon. Niet omdat je echt wilt weten wat er gebeurt, maar omdat je nergens meer naartoe wilt hoeven.

Toch merk je na een uur dat je niet echt gezakt bent. Je bent moe, maar niet rustig. Een vraag van je partner komt harder binnen dan bedoeld. De vaat op het aanrecht lijkt plots een opdracht die nergens over gaat en toch te veel is. Je zegt misschien: "Ik wil gewoon even rust." Maar zelfs wanneer niemand iets van je vraagt, blijft er iets aanstaan.

Daar zit vaak het verschil tussen rusten versus herstellen van prikkels. Rust kan bestaan uit stoppen met doen. Herstellen vraagt soms iets anders: niet alleen minder taken, maar ook minder hoeven opvangen, beantwoorden en verwerken.

Wanneer een vrije avond niet als rust voelt

Sommige dagen beginnen al vol voordat je aan je werk toekomt. Je ziet dat er drie berichten in de klasgroep staan. Je kind wil niet mee, je zoekt ondertussen je sleutels en in de keuken ligt nog iets dat je niet mag vergeten. Op weg naar je werk is er verkeer. Een collega vraagt bij aankomst of je "heel even" kunt meedenken.

Geen van die momenten hoeft op zichzelf groot te zijn. Maar je beweegt er wel steeds doorheen. Je schakelt, stelt gerust, onthoudt, past je tempo aan. Je voelt misschien niet eens dat je gespannen bent. Je functioneert. Je antwoordt vriendelijk. Je krijgt veel gedaan.

Later op de dag kan een gewone vergadering dan vreemd veel kosten. Niet omdat er ruzie is, maar omdat je tegelijk luistert naar wat gezegd wordt, let op hoe het valt en probeert aan te voelen of je nog iets moet toevoegen. Wanneer je thuiskomt, wil je geen gesprek meer voeren. Ook niet met iemand van wie je houdt.

Dat kan verwarrend zijn. Je had toch geen uitzonderlijk zware dag? Je hebt toch zelfs een halfuur pauze genomen? Misschien zeg je tegen jezelf dat je je niet zo moet aanstellen. Of je plant alvast een rustig weekend, in de hoop dat het dan overwaait.

Maar op zaterdag merk je dat een supermarkt, een verjaardagsfeest of de vraag wat jullie zullen eten opnieuw te veel kan zijn. Je wilt niet per se alleen zijn. Je wilt vooral even niet hoeven reageren. Niet hoeven kiezen. Niet hoeven uitleggen waarom je stiller bent.

Rusten kan ook gevuld blijven

Een avond zonder afspraken is niet automatisch een lege avond vanbinnen. Je kunt op de zetel zitten en nog steeds gesprekken herhalen. Je kunt wandelen en ondertussen de planning voor morgen maken. Je kunt vroeg naar bed gaan, maar wakker liggen omdat er eindelijk ruimte komt voor alles wat je overdag hebt weggeduwd.

Soms probeer je rust ook heel zorgvuldig te organiseren. Geen meldingen. Een bad. Een boek. Gezond eten. Dat kan prettig zijn. En toch kan het voelen alsof je er een taak van maakt die moet slagen. Wanneer het niet meteen helpt, ontstaat er teleurstelling: zelfs rusten lukt me niet meer.

Misschien herken je ook het tegenovergestelde. Je blijft juist doorgaan. Nog snel de was plooien, een mail beantwoorden, de lunch voor morgen maken. Pas wanneer alles afgewerkt is, mag je zitten. Alleen komt dat moment laat. En zodra je gaat zitten, is er weinig ruimte meer om werkelijk te merken hoe moe je bent.

Herstellen van prikkels is niet hetzelfde als niets doen

Er is een klein maar wezenlijk verschil tussen geen activiteit hebben en niet meer op scherp hoeven staan. Na een drukke dag kan een serie kijken rust geven. Maar als je die serie vooral gebruikt om niets meer te voelen, kan je lichaam nog steeds bezig blijven. Je aandacht wordt dan wel afgeleid, maar niet per se vrijer.

Herstellen van prikkels gaat niet over een perfecte routine of over altijd stilte nodig hebben. Het gaat eerder over de momenten waarop je niet langer hoeft te scannen wat er van je verwacht wordt. Waarin een bericht even een bericht mag zijn, en geen mogelijke teleurstelling. Waarin een zucht van je partner niet meteen iets is dat jij moet oplossen.

Dat onderscheid is vaak lastig voor mensen die gewend zijn om veel op te merken. Je ziet snel dat iemand stiller is. Je voelt spanning in een ruimte voordat iemand er woorden aan geeft. Op je werk hoor je tussen de regels door waar iets mis kan lopen. Thuis hou je rekening met ieders agenda, stemming en behoefte.

Dat maakt je niet zwak of te gevoelig. Het kan ook betekenen dat je lang geoefend hebt in beschikbaar blijven. Misschien was dat ooit een veilige manier om contact goed te houden, problemen voor te zijn of niet tot last te zijn. Alleen: wat je goed kunt, kan ook doorgaan op momenten waarop het niet meer nodig is.

Binnen Aceso noemen we die beweging soms een Pleaser. Niet als etiket, maar als een herkenbare reflex. De Pleaser probeert veiligheid te bewaren door af te stemmen, behulpzaam te zijn en geen extra last te veroorzaken. Dat kan er heel zorgzaam uitzien. Vanbinnen kan het betekenen dat je pas laat merkt hoeveel er al bij je binnengekomen is.

De vraag onder "ik wil rust"

Misschien is de vraag na zo'n dag niet alleen: wanneer kan ik eindelijk rusten? Misschien is er ook een andere vraag mogelijk: waar ben ik vandaag blijven reageren terwijl ik eigenlijk al vol zat?

Niet om jezelf te corrigeren. Niet om elk bericht voortaan te negeren of nooit meer naar een familiefeest te gaan. Wel om iets nauwkeuriger te kijken naar wat je uitput. Soms is dat de drukte. Soms is het vooral het voortdurende innerlijke meebewegen met iedereen in die drukte.

Je merkt het misschien aan kleine dingen. Aan hoe je in de auto nog een gesprek repeteert. Aan hoe je tijdens het koken luistert of er boven iets gebeurt. Aan de opluchting wanneer een afspraak wordt afgezegd, gevolgd door schuld omdat je die opluchting voelt. Of aan het feit dat je na een gezellige avond twee dagen nodig hebt om weer helder te worden.

Rusten kan dan helpen, maar het is niet altijd de hele beweging. Een lege agenda haalt niet vanzelf weg dat je innerlijk nog klaarstaat. Herstel begint soms met het opmerken dat je niet alleen moe bent van wat je deed, maar ook van wat je ondertussen allemaal droeg.

Dat hoeft niet meteen opgelost te worden. Alleen al zien dat jouw vermoeidheid een verhaal heeft, kan wat ruimte geven. Niet omdat er dan niets meer aan de hand is, maar omdat je jezelf niet langer hoeft te verwijten dat een vrije avond blijkbaar niet genoeg was.

Als dit herkenbaar is, sluit het artikel in het kenniscentrum over aanwezig blijven onder spanning hier mooi op aan. Niet om jezelf beter te leren beheersen, maar om langzaam te leren onderscheiden wat van jou is, wat van de ander is en waar je al te lang aan het werk bent gebleven.

 
 
bottom of page