top of page
Werkprikkels leren verwerken zonder jezelf kwijt te raken

Werkprikkels leren verwerken zonder jezelf kwijt te raken

8 okt
5 minuten om te lezen

Je klapt je laptop dicht, zegt nog snel dat je morgen verderkijkt en stapt de trein op. Of je rijdt naar huis met de radio uit, omdat zelfs muziek te veel voelt. Thuis vraagt iemand hoe je dag was. Je zegt: “Druk.” Meer komt er niet. Terwijl je hoofd nog in de vergadering zit, bij dat bericht van je leidinggevende, bij de collega die iets tussen neus en lippen door zei.

Werkprikkels leren verwerken klinkt misschien als iets wat je na de werkuren doet. Even wandelen, sporten, koken of een serie kijken. Maar soms merk je dat je lichaam al thuis is en een deel van jou nog op kantoor rondloopt. Je reageert korter dan je wilt. Je hoort je kinderen wel praten, maar het komt niet echt binnen. Of je blijft vriendelijk aan tafel, terwijl je vanbinnen vooral wilt dat niemand nog iets van je vraagt.

Wanneer je werkdag niet stopt aan de voordeur

Het begint vaak niet met één grote gebeurtenis. Het zijn de kleine dingen die zich opstapelen. De agenda die te vol staat. Een oproep die onverwacht binnenkomt terwijl je net een verslag probeert af te werken. Iemand die aan je bureau blijft staan terwijl je al achterloopt. Het geluid van meldingen. De vraag of je “heel even” iets kunt nakijken.

Misschien herken je dat je ondertussen gewoon doorgaat. Je knikt. Je maakt ruimte. Je schrijft mee. Je zegt dat het geen probleem is. Ook wanneer je merkt dat je adem hoger zit of dat je schouders steeds verder naar je oren kruipen. Er is geen duidelijk moment waarop je besluit om jezelf opzij te zetten. Het gebeurt tussen twee taken door.

Tegen de middag heb je al veel contact gehad, veel geschakeld en veel onthouden. Toch eet je snel iets achter je scherm, omdat er nog zoveel wacht. Of je gaat wel mee lunchen, maar blijft ondertussen luisteren naar wat er straks moet gebeuren. Wanneer een collega vertelt over een moeilijke klant, denk je niet alleen mee. Je neemt het bijna mee naar huis, alsof jij mee verantwoordelijk bent voor hoe het afloopt.

Later op de dag wordt het smaller vanbinnen. Je kijkt naar je mailbox en voelt weerstand, maar opent hem toch. Je krijgt een vraag waar je niet meteen een antwoord op hebt. Misschien is die vraag heel redelijk. Toch voelt hij groter dan hij is. Je begint zinnen te herschrijven, zoekt naar de juiste toon, controleert nog eens of je niets over het hoofd ziet.

En als je eindelijk vertrekt, neem je niet alleen je laptop of telefoon mee. Je neemt ook de open eindjes mee. Het gezicht van degene die teleurgesteld leek. De taak die nog niet af is. De gedachte dat je eigenlijk duidelijker had moeten zijn. Of juist zachter.

Thuis kan dat zich op allerlei manieren tonen. Je blijft op je telefoon kijken, zogezegd om iets op te zoeken. Je begint meteen op te ruimen of de was te plooien, omdat stilzitten onrustig voelt. Je zegt een afspraak af waar je eerst wel zin in had. Of je gaat toch, omdat je niemand wilt teleurstellen, en merkt onderweg al dat je weinig ruimte over hebt.

Soms komt de ontlading pas veel later. Wanneer iedereen slaapt. Dan ben je moe, maar niet rustig. Je scrolt nog wat. Je denkt aan morgen. Je probeert een mail in je hoofd op te lossen. En wanneer je uiteindelijk in bed ligt, blijft je lichaam alert, alsof de dag nog niet veilig genoeg is om los te laten.

Werkprikkels leren verwerken is niet hetzelfde als minder aankunnen

Misschien vertel je jezelf dat je beter moet plannen. Dat je gewoon wat minder gevoelig zou moeten zijn voor alle drukte. Zeker als andere mensen op het werk ogenschijnlijk rustig blijven. Zij beantwoorden ook berichten, zitten ook in vergaderingen en lijken daarna gewoon door te gaan met hun avond.

Maar wat je raakt, zit niet altijd alleen in de hoeveelheid werk. Soms zit het in hoe lang je beschikbaar blijft. Hoe vaak je jezelf onderbreekt om nog even te helpen. Hoe zorgvuldig je probeert aan te voelen wat anderen nodig hebben. Hoe weinig ruimte er is tussen een vraag die binnenkomt en jouw automatische “ja”.

Dat kan er heel competent uitzien. Mensen vertrouwen op je. Ze weten dat je luistert, dat je kwaliteit levert, dat je iets niet snel laat vallen. Misschien krijg je daar ook waardering voor. Tegelijk kan er iets gebeuren wat minder zichtbaar is: je verliest onderweg het gevoel waar jouw grens eigenlijk lag.

Binnen Aceso noemen we deze beweging soms de Pleaser. Niet als etiket, maar als een oude, snelle manier om de verbinding goed te houden. De Pleaser probeert veiligheid te bewaren door geen last te zijn, door verwachtingen voor te zijn en door de sfeer niet moeilijker te maken. Op het werk kan die beweging heel gewaardeerd worden. Tot je merkt dat je pas achteraf voelt hoeveel het van je vroeg.

Dan is het niet vreemd dat een gewone vraag om zes uur voelt als de druppel. Niet omdat die vraag op zichzelf te veel is, maar omdat je al een hele dag aan het bijsturen bent geweest. Je hebt rekening gehouden, opgelost, ingeschat en vooruitgedacht. Er was weinig moment waarop jij niet nodig leek te zijn.

De prikkel die blijft hangen

Sommige werkdagen zijn druk en toch kun je ze loslaten. Je bent moe, maar je voelt ook dat de dag voorbij is. Andere dagen zijn op papier misschien minder vol, maar blijven aan je kleven. Vaak zit daar een moment in waarop je jezelf niet helemaal kon volgen.

Misschien wilde je in een vergadering zeggen dat de planning niet haalbaar was, maar je zweeg. Misschien kreeg je kritiek die je de rest van de dag met je meedroeg, ook al zei je dat het wel meeviel. Misschien vroeg een collega hulp op een moment dat je zelf nauwelijks kon volgen. Je hielp, en pas uren later kwam de irritatie.

Dat zijn geen details wanneer je ze telkens wegduwt. Ze blijven ergens aanwezig als onafgemaakte bewegingen. Niet als een groot drama, maar als iets dat nog aandacht vraagt. Daarom kan een rustige avond soms niet meteen rustig voelen. Er is nog iets in jou dat probeert uit te zoeken wat er precies gebeurde, wat je had moeten zeggen of hoe je morgen kunt voorkomen dat het opnieuw gebeurt.

De verschuiving zit misschien hierin: werkprikkels zijn niet alleen geluid, drukte of schermen. Soms is de meest vermoeiende prikkel het voortdurende afstemmen op wat er van jou verwacht wordt, terwijl je eigen reactie geen plaats krijgt.

Dat verandert niet meteen hoe je werkdag eruitziet. Er zullen nog vergaderingen zijn, deadlines en mensen die iets nodig hebben. Maar misschien herken je sneller het moment waarop je niet alleen een taak uitvoert, maar ook jezelf begint te verlaten om alles werkbaar te houden.

Niet alles hoeft mee naar huis

Je hoeft die avond niet meteen te weten wat je anders had moeten doen. Misschien is het al voldoende om op te merken dat je kortaf reageert omdat je nog midden in de dag zit. Dat je niet per se moe bent van het werk zelf, maar van het voortdurend beschikbaar zijn. Dat je behoefte aan stilte niet betekent dat je ongezellig bent, maar dat er nog veel van je gevraagd heeft.

Soms ontstaat er dan een klein beetje ruimte. Niet om meteen een grensgesprek te voeren of je agenda om te gooien, maar om niet ook nog streng te worden voor jezelf. Je hoeft niet te bewijzen dat je alles aankunt door niets te voelen van wat een dag met je doet.

Misschien is dat waar werkprikkels leren verwerken begint: niet bij jezelf efficiënter herstellen, maar bij het eerlijker zien hoeveel je onderweg draagt.

Wil je verder lezen over wat er gebeurt wanneer spanning oploopt en je jezelf minder goed voelt, lees dan het artikel Blijf bij jezelf onder spanning.

 
 
bottom of page