
Prikkelvriendelijk samenwerken zonder jezelf kwijt te raken
De vergadering loopt uit. Iemand schuift nog een nieuw punt naar voren, een collega reageert meteen en ondertussen kijkt je leidinggevende naar de klok. Je voelt dat je iets wilt zeggen, want de afspraak die nu gemaakt wordt, raakt ook jouw werk. Toch wacht je. Prikkelvriendelijk samenwerken lijkt op zo'n moment misschien te gaan over een stillere ruimte, minder vergaderingen of duidelijke afspraken. Maar soms gebeurt er iets anders: je raakt jezelf kwijt terwijl iedereen gewoon verder praat.
Je knikt wanneer iemand vraagt of jij dat er nog bij kunt nemen. Niet omdat je daar ruimte voor hebt, maar omdat het gesprek al vooruit is. Omdat je geen vertraging wilt veroorzaken. Omdat je ziet dat een collega het moeilijk heeft en je niet nog een zorg op tafel wilt leggen. Nog voor je goed en wel voelt wat je antwoord is, heb je al gezegd: "Ik bekijk het wel."
Pas later, aan je bureau, merk je hoe vol je hoofd zit. Je opent hetzelfde document drie keer. Een kort bericht van een collega komt harder binnen dan het bedoeld is. Je weet niet goed waar je moet beginnen, en tegelijk vind je dat je daar geen last van zou mogen hebben. Iedereen heeft het druk. Iedereen draagt wel iets.
Wanneer samenwerken te veel van je vraagt
Misschien herken je dit ook buiten de vergadering. In een open kantoor waar gesprekken, meldingen en vragen door elkaar lopen. Je probeert je te concentreren, maar vangt elk half gesprek op. Iemand vraagt of je "heel even" kunt meekijken. Een andere collega wacht zichtbaar op antwoord. Je zegt ja, terwijl je merkt dat je eigenlijk eerst twee minuten stilte nodig had.
Of het gebeurt juist in een klein team waarin de sfeer goed is. Er wordt gelachen, er is betrokkenheid, mensen kennen elkaars thuissituatie. Net daarom wil je niet degene zijn die de stemming breekt. Wanneer een grap over jou nét te scherp voelt, lach je mee. Wanneer je merkt dat een taak telkens bij jou belandt, maak je er geen punt van. Je wilt collegiaal zijn. Je wilt niet moeilijk doen.
Aan het einde van zo'n werkdag kom je thuis met een hoofd dat nog doorpraat. De vraag van je collega. De opmerking die je had willen maken. De taak die je erbij nam. Misschien reageer je korter op je partner dan je wilt. Of je zegt thuis weinig, omdat zelfs een gewone vraag - "Hoe was je dag?" - voelt als nog iets waarop je moet reageren.
Wat anderen vaak zien, is iemand die meedenkt. Iemand die betrouwbaar is. Iemand die veel aankan. Wat zij minder zien, is hoeveel je ondertussen aan het afstemmen bent. Op gezichten. Op stiltes. Op de snelheid van het gesprek. Op wie teleurgesteld zou kunnen zijn als jij nee zegt of even niets zegt.
Dat afstemmen is niet altijd zichtbaar. Het kan er heel verzorgd uitzien. Je bent voorbereid, vriendelijk en oplossingsgericht. Je hebt je woorden klaar voordat iemand merkt dat er spanning is. Maar ergens onderweg verdwijnt de vraag die voor jou misschien het meest relevant was: wat gebeurt er eigenlijk met mij in dit contact?
De kleine momenten waarop je over jezelf heen gaat
Het zijn vaak geen grote conflicten. Eerder die kleine momenten waarop je merkt dat je lichaam al naar voren schiet voordat jij hebt gekozen. Je zegt dat je beschikbaar bent, terwijl je schouders strak staan. Je stelt een vraag in de groepschat en verwijdert hem weer, omdat hij misschien dom klinkt. Je blijft langer online, omdat je ziet dat anderen ook nog werken.
Of je bereidt een overleg zo grondig voor dat je nauwelijks meer ruimte voelt om te luisteren naar wat er werkelijk gezegd wordt. Je wilt voorkomen dat je moet zoeken naar woorden. Je wilt niet overvallen worden. Als iemand plots een andere richting voorstelt, voel je misschien irritatie opkomen. Niet alleen omdat het plan verandert, maar omdat jij al zoveel moeite hebt gedaan om alles beheersbaar te maken.
Soms trek je je juist terug. Je laat anderen het woord voeren, antwoordt alleen op wat rechtstreeks aan jou gevraagd wordt en denkt bij jezelf dat het geen zin heeft om nog iets in te brengen. Daarna blijf je met een ongemakkelijk gevoel zitten. Niet omdat je per se meer aandacht wilde, maar omdat je opnieuw aanwezig was zonder werkelijk mee te doen.
Prikkelvriendelijk samenwerken is daarom niet alleen een kwestie van hoeveel geluid, taken of mensen er zijn. Ook een rustige werkplek kan veel vragen wanneer je voortdurend bezig bent met de ander voor zijn, geruststellen of niet tot last zijn. En een drukke dag hoeft niet altijd te ontregelen wanneer er ruimte is om even bij jezelf te blijven.
Prikkelvriendelijk samenwerken begint soms bij vertragen
Er is een verschil tussen betrokken zijn bij een team en jezelf beschikbaar maken voor alles wat er in dat team gebeurt. Dat verschil is klein op papier, maar voelbaar in een werkdag.
Je kunt naast een collega zitten die gespannen is, zonder dat jij meteen moet zorgen dat het beter gaat. Je kunt merken dat een overleg sneller gaat dan jij kunt volgen, zonder dat je jezelf hoeft te forceren om mee te rennen. Je kunt een vraag krijgen zonder dat die vraag meteen een ja van jou nodig heeft.
Misschien ligt de wrijving dus niet alleen in de prikkels om je heen. Misschien ontstaat ze op het moment dat je innerlijk geen plaats meer inneemt. Wanneer de agenda, de stemming van de groep of de verwachting van een ander sneller bepalen wat je doet dan jijzelf.
Binnen Aceso noemen we die beweging soms de Pleaser. Niet als vast etiket, maar als een manier die ooit veiligheid probeerde te bewaren. Door de sfeer goed te houden. Door nuttig te zijn. Door geen extra last te vormen. Op het werk kan die beweging veel waardering opleveren. Tegelijk kan ze maken dat je pas merkt hoe ver je over je grens bent gegaan wanneer de dag al voorbij is.
Dat betekent niet dat samenwerken pas goed is wanneer iedereen alleen zijn eigen ruimte bewaakt. Een team vraagt nu eenmaal afstemming, flexibiliteit en soms ook iets opvangen voor elkaar. Maar wederkerigheid wordt moeilijk wanneer één iemand altijd aanvoelt, bijstuurt en inspringt. Dan lijkt de samenwerking soepel, terwijl ze voor jou stilaan zwaarder wordt.
Niet minder gevoelig, wel meer aanwezig
Misschien hoef je dus niet te bewijzen dat je tegen een drukke werkomgeving kunt. Ook hoef je niet elk gesprek stil te leggen zodra je spanning voelt. De vraag kan eenvoudiger zijn: ben ik hier nog aanwezig terwijl ik me aanpas?
Dat kan zich tonen in een korte stilte voor je antwoord geeft. In merken dat je al aan het zoeken bent naar een oplossing terwijl de ander nog niet eens heeft gevraagd of jij die moet bieden. In voelen dat je ja zegt om de spanning in de ruimte te laten zakken, niet omdat het voor jou klopt.
Die momenten maken je niet oncollegiaal. Ze laten juist zien waar samenwerken voor jou ongemerkt is veranderd in jezelf verlaten. En misschien wordt het daar iets minder persoonlijk. Niet: waarom ben ik toch zo snel te veel? Maar: wat gebeurt er met mij zodra er druk, verwachting of snelheid in contact komt?
Dat is geen vraag die je meteen moet oplossen. Soms is het al veel dat je haar aan het einde van een werkdag kunt meenemen, zonder oordeel. Terwijl je je laptop sluit. Terwijl je naar huis fietst. Terwijl je merkt dat je moe bent van meer dan alleen je taken.
Wil je verder lezen over wat er gebeurt wanneer spanning maakt dat je jezelf uit het oog verliest? Dan sluit het artikel Blijf bij jezelf onder spanning hier logisch op aan.




