top of page

Hoogsensitiviteit versus prikkelgevoeligheid

6 sep
6 minuten om te lezen

Je komt thuis na een gewone werkdag. Er was een vergadering waarin veel door elkaar werd gesproken. Een collega stelde nog snel een vraag terwijl je jas al aan was. Onderweg naar huis stond er file. In de supermarkt piepte de zelfscan drie keer omdat een product niet werd herkend.

Thuis vraagt je partner hoe je dag was. Er loopt muziek in de keuken. Misschien wil een kind iets vertellen, precies terwijl je probeert te bedenken wat er nog gekookt moet worden. Niets van dit alles lijkt op zichzelf uitzonderlijk. Toch merk je dat je kort antwoordt. Of dat je niets meer kunt verdragen. Een vraag voelt als te veel. Een hand op je schouder ook.

Later, wanneer het stil is, vraag je je af waarom een gewone dag zo hard binnenkwam. Misschien herken je jezelf in het woord hoogsensitief. Misschien zeg je eerder dat je snel prikkelgevoelig bent. Vaak worden die woorden door elkaar gebruikt. Maar in je eigen ervaring kunnen ze iets heel verschillends aanwijzen.

Hoogsensitiviteit versus prikkelgevoeligheid in een gewone dag

Sommige mensen merken veel op. De gezichtsuitdrukking van een collega net voordat die zegt dat alles prima gaat. De spanning aan tafel bij familie, ook wanneer iedereen beleefd blijft. Het tl-licht in een wachtzaal. De geur van schoonmaakmiddel in een lift. De manier waarop een bericht eindigt met een punt, terwijl er anders een hartje staat.

Dat opmerken hoeft niet meteen lastig te zijn. Het kan ook maken dat je zorgvuldig bent. Dat je sfeer aanvoelt, details ziet en rekening houdt met wat anderen nodig hebben. Je weet vaak al dat er iets speelt voordat iemand het uitspreekt. Na een gesprek denk je nog even na over wat er precies gezegd werd en wat niet.

Maar er zijn ook momenten waarop het niet meer alleen gaat over veel waarnemen. Dan is er weinig ruimte meer tussen wat er gebeurt en wat jij ermee doet. Een zucht van je leidinggevende blijft niet gewoon een zucht. Je gaat na of je iets verkeerd hebt gedaan. Een kort bericht van je partner kan je hele avond kleuren. In een drukke ruimte ben je niet alleen moe van het geluid of de mensen. Je bent voortdurend aan het afstemmen, inschatten en bijsturen.

Je probeert de sfeer licht te houden. Je wacht met je eigen verhaal omdat iemand anders het moeilijk lijkt te hebben. Je zegt dat het geen probleem is om nog iets over te nemen, ook al voel je dat je agenda al te vol zit. Op het moment zelf lijkt dat vanzelfsprekend. Pas later komt de rekening. Je hoofd blijft draaien. Je voelt een druk op je borst, een knoop in je buik of een vermoeidheid die niet verdwijnt met een rustige avond.

Dan lijkt het logisch om te denken: ik kan gewoon niet goed tegen prikkels. En soms is een drukke dag ook gewoon een drukke dag. Een volle trein, een luid restaurant of te weinig slaap kunnen veel vragen. Toch verklaart de hoeveelheid geluid, licht of mensen niet altijd waarom het op sommige dagen wel lukt en op andere dagen niet.

Wanneer prikkels ook iets van je vragen

Denk aan twee verschillende avonden. Op de ene avond ga je met een goede vriendin eten. Het restaurant is druk, de tafels staan dicht bij elkaar en er klinkt veel geroezemoes. Toch kom je thuis misschien moe maar voldaan. Je was aanwezig. Je kon lachen, zeggen wat je dacht en even stilvallen zonder dat je je daarvoor moest verantwoorden.

Op een andere avond zit je met een groep mensen die je minder goed kent. De ruimte is even druk. Misschien zelfs stiller. Maar je bent de hele tijd wakker in jezelf. Je volgt wie met wie praat. Je zoekt naar een goed moment om iets te zeggen. Je merkt dat iemand afhaakt en vraagt je af of je daar iets mee moet. Wanneer iemand vraagt hoe het met je gaat, geef je een antwoord dat geruststellend genoeg is om geen vervolgvragen te krijgen.

Bij thuiskomst ben je leeg. Niet alleen omdat er veel indrukken waren, maar omdat je jezelf de hele avond een beetje opzij hebt gezet. Je was bezig met wat de situatie van je vroeg. Of met wat jij dacht dat de situatie van je vroeg.

Dat verschil kan ook op het werk zichtbaar worden. Je kunt een dag met veel telefoons en overleg aan, zolang er duidelijkheid is en je weet waar je staat. Maar één onuitgesproken irritatie in een team kan meer blijven hangen dan tien vergaderingen. Of je kunt prima voor je kinderen zorgen wanneer er rumoer is, tot je partner geërgerd zegt dat je iets vergeten bent. Plots wordt elk geluid scherp. Niet omdat het huis opeens drukker is, maar omdat je innerlijk geen plaats meer vindt om te blijven staan.

Prikkelgevoeligheid gaat dan niet enkel over wat er van buiten binnenkomt. Soms gaat het ook over hoeveel je onderweg al hebt moeten inslikken, gladstrijken of dragen. Over hoeveel rekening je hebt gehouden met anderen voordat je zelf merkte dat je moe, boos of geraakt was.

De vermoeidheid komt vaak achteraf

Veel mensen herkennen het uitstel. Overdag functioneren ze. Ze beantwoorden berichten, brengen hun werk tot een goed einde en blijven vriendelijk in een gesprek dat eigenlijk te lang duurt. Misschien zegt iemand zelfs: “Jij blijft altijd zo rustig.”

Maar thuis komt er weinig meer uit je handen. Je scrolt zonder echt te kijken. Je kunt niet kiezen wat je wilt eten. Een kleine opmerking voelt buiten proportie groot. Of je trekt je terug en hoopt vooral dat niemand nog iets nodig heeft.

Dat kan verwarrend zijn. Want je hebt toch niets bijzonders gedaan? Je hebt alleen gewerkt, gereden, gepraat, geregeld. Precies daarin zit soms iets wezenlijks. Je was de hele dag aanwezig voor alles en iedereen, behalve voor de vraag wat er bij jou gebeurde.

Het verschil zit niet altijd in de prikkel

Bij hoogsensitiviteit versus prikkelgevoeligheid helpt het soms om niet meteen te zoeken naar het juiste woord. De interessantere vraag is: wat gebeurt er met mij wanneer iets mij raakt?

Kun je opmerken dat iemand gespannen is zonder die spanning meteen te moeten oplossen? Kun je horen dat er veel geluid is zonder jezelf te dwingen om toch nog sociaal en beschikbaar te blijven? Kun je een vraag van een ander even laten bestaan voordat je automatisch antwoord geeft?

Wanneer dat moeilijk wordt, hoeft dat niet te betekenen dat je te gevoelig bent of dat er iets mis is met je. Het kan wijzen op een vertrouwde manier waarop je onder spanning contact probeert te bewaren. Door goed te voelen wat een ander nodig heeft. Door vooruit te denken. Door geen last te willen zijn.

Binnen Aceso noemen we die beweging soms de Pleaser. Niet als etiket, maar als een herkenbare reflex. De Pleaser probeert veiligheid te bewaren door afstemming: als het met de ander goed gaat, als niemand teleurgesteld is en als er geen gedoe ontstaat, kan ik misschien ontspannen. Alleen raakt die ontspanning vaak verder weg wanneer je jezelf daarbij voortdurend verlaat.

Dat maakt ook begrijpelijk waarom stilte niet altijd voldoende helpt. Een avond zonder prikkels kan welkom zijn. Maar als je intussen nog steeds gesprekken herhaalt, schuld voelt omdat je nee zei, of al bedenkt hoe je morgen iedereen tevreden houdt, blijft er vanbinnen veel beweging. De drukte is dan niet alleen rond je.

Misschien ben je niet alleen moe van indrukken

Er is een verschil tussen geraakt worden en meegesleept worden. Tussen veel zien en alles naar je toe trekken. Dat verschil is klein, maar het kan je blik op jezelf veranderen.

Misschien hoef je dus niet te beslissen of je “echt” hoogsensitief bent, of vooral prikkelgevoelig. Misschien herken je dat je gevoeligheid groter wordt op momenten waarop je geen onderscheid meer voelt tussen jouw verantwoordelijkheid en die van de ander. Wanneer een blik, een stilte of een vraag meteen bepaalt hoe jij je moet gedragen.

Dat is geen oordeel over hoe je het tot nu toe deed. Die aandacht voor anderen heeft je waarschijnlijk ook veel gebracht. Ze hielp je verbinden, anticiperen en moeilijke situaties draaglijk maken. Alleen kan er een moment komen waarop je merkt dat diezelfde aandacht je niet meer terugbrengt naar jezelf.

De volgende keer dat een dag te veel lijkt, hoeft de eerste vraag misschien niet te zijn welke prikkel weg moet. Je kunt ook zachtjes opmerken: waar ben ik vandaag allemaal naartoe gegaan? En waar was ik zelf nog aanwezig?

Wie hierin verder wil lezen, kan aansluiten bij het artikel over bij jezelf blijven onder spanning. Niet om minder te voelen, maar om te merken wat van jou is terwijl er van alles gebeurt.

 
 
bottom of page