top of page
Hooggevoeligheid overprikkeling herkennen

Hooggevoeligheid overprikkeling herkennen

24 sep
5 minuten om te lezen

Je staat aan de kassa van de supermarkt. Achter je schuift iemand ongeduldig met een mandje. De piepjes van de scanner, een kind dat huilt, de vraag of je een klantenkaart hebt, het voelt alsof alles tegelijk binnenkomt. Misschien komen de woorden hooggevoeligheid overprikkeling in je op. Je rekent af, glimlacht naar de kassier en loopt naar buiten alsof er niets aan de hand is.

Pas in de auto merk je hoe vast je schouders zitten. Je weet niet goed wat je eerst moet doen: de boodschappen opruimen, een bericht beantwoorden, je moeder terugbellen of nog snel langs de apotheek rijden. Het zijn gewone dingen. Toch voelt zelfs kiezen als een extra taak.

Als alles zich opstapelt

Overprikkeling ziet er niet altijd uit als een groot moment waarop je plots moet stoppen. Soms begint het veel eerder, op een ochtend die op papier heel gewoon is.

Je kind vraagt iets terwijl je je jas aantrekt. Je partner zegt dat er vanavond nog iets geregeld moet worden. Op je telefoon staat een bericht van een collega met de vraag of je even tijd hebt. Je zegt bij alles: ja, straks, ik kijk ernaar. Niet omdat je daar bewust voor kiest, maar omdat het sneller lijkt dan uitleggen dat je hoofd al vol zit.

Onderweg naar het werk denk je aan een opmerking van gisteren. Was die collega nu kortaf, of beeld je je dat in? Je maakt in gedachten alvast een nette reactie voor als het ter sprake komt. Bij aankomst is er een vergadering. Iemand praat lang. Een ander valt in de rede. Jij voelt dat de sfeer verandert nog voor iemand het benoemt.

Misschien zit je daar stil, terwijl je ondertussen hard werkt. Je volgt niet alleen de inhoud van het gesprek. Je merkt ook wie er geïrriteerd kijkt, wie zich inhoudt, wie meer ruimte nodig lijkt te hebben. Als er een stilte valt, voel je bijna lichamelijk de neiging om die op te vullen. Je stelt een vraag, maakt een relativerende opmerking of biedt aan om iets op te nemen.

Daarna ben je moe, maar je gunt jezelf geen pauze. Er wachten nog mails. Iemand heeft een fout gemaakt die jij beter even kunt rechtzetten. Een klant wil snel antwoord. Tegen de middag heb je veel gedaan, maar je voelt niet echt dat je ergens bent geweest. Je hebt vooral gereageerd.

Thuis gaat dat vaak verder. Je hoort aan de manier waarop de voordeur dichtgaat hoe de stemming is. Je ziet meteen dat de keuken rommelig is. Je merkt dat iemand stiller is dan anders en vraagt of er iets scheelt. Nog voor je zelf geland bent, ben je alweer aan het afstemmen.

Misschien herken je ook het omgekeerde. Je komt thuis en wilt niemand meer horen. Een gewone vraag als ‘Hoe was je dag?’ voelt dan als te veel. Je antwoordt kort, trekt je terug of ergert je aan geluiden die je op een andere dag nauwelijks zou opmerken. De televisie staat te luid. Iemand kauwt. Er ligt iets op tafel dat daar niet hoort. Je weet dat het kleine dingen zijn, maar je kunt ze niet meer langs je heen laten gaan.

Later op de avond komt vaak het ongemakkelijke deel. Je vraagt je af waarom je zo kort deed. Waarom je niet gewoon rustig kon blijven. Waarom een winkelbezoek, een werkdag of een familie-etentje zo lang in je blijft hangen. Misschien probeer je dat weg te werken door alsnog iets nuttigs te doen. De was opvouwen. Nog een mail beantwoorden. De planning voor morgen maken.

En zo eindigt een dag waarop je de hele tijd beschikbaar was, met het gevoel dat je nergens echt hebt kunnen uitrusten.

Hooggevoeligheid en overprikkeling gaan vaak over meer dan drukte

Het is begrijpelijk om te denken dat je gewoon minder prikkels nodig hebt. Minder lawaai, minder afspraken, minder mensen. Soms klopt dat ook. Een volle agenda, een drukke ruimte of te weinig slaap kunnen maken dat alles sneller binnenkomt.

Maar misschien zit het vermoeiende niet alleen in wat er om je heen gebeurt. Misschien zit het ook in wat jij er ondertussen allemaal bij doet.

Je hoort niet alleen wat iemand zegt, je zoekt meteen uit wat diegene bedoelt. Je merkt niet alleen spanning op, je probeert ze ook kleiner te maken. Je krijgt niet alleen een vraag, je voelt al verantwoordelijkheid voordat je hebt kunnen nagaan of die vraag eigenlijk wel van jou is.

Dat maakt een dag zwaar op een manier die van buitenaf niet altijd zichtbaar is. Anderen zien iemand die betrokken is, zorgvuldig werkt en veel opvangt. Jij merkt vooral dat er weinig ruimte overblijft. Niet omdat je niets aankunt, maar omdat je op veel momenten tegelijk aanwezig probeert te zijn voor alles en iedereen.

Binnen Aceso noemen we die beweging soms de pleaser. Niet als een etiket, en ook niet als een vaste identiteit. Het is een manier waarop je veiligheid probeert te bewaren: door de sfeer goed te houden, niemand teleur te stellen en te voorkomen dat iemand last van jou heeft. Die beweging kan heel vertrouwd voelen. Ze heeft je misschien lang geholpen om verbinding te houden.

Alleen vraagt ze veel. Zeker wanneer je al veel oppikt. Want dan ben je niet enkel gevoelig voor wat binnenkomt. Je bent ook voortdurend bezig met de vraag wat jij ermee moet doen.

Het moment waarop je jezelf kwijtraakt

Misschien ligt het kantelpunt dus niet bij de drukte zelf, maar bij dat kleine ogenblik waarop je jezelf verlaat om sneller aan te sluiten bij de ander.

Dat gebeurt vaak heel stil. Je zegt dat het geen probleem is terwijl je agenda al vol staat. Je blijft nog wat langer op een verjaardag omdat weggaan ongemakkelijk voelt. Je legt thuis uit waarom je prikkelbaar bent, maar merkt pas halverwege dat je eigenlijk geen uitleg wilt geven. Je voelt een bericht binnenkomen en antwoordt meteen, ook al was je net eindelijk even aan het zitten.

Geen van die momenten lijkt op zichzelf groot. Samen kunnen ze maken dat je nergens meer voelt wat je eigen grens, tempo of behoefte eigenlijk was.

De vraag is dan misschien niet alleen: ‘Hoe krijg ik minder binnen?’ Maar ook: ‘Waar ben ik vandaag zo snel mee gaan bewegen dat ik mezelf niet meer meenam?’

Dat is geen oproep om harder te worden, afstandelijker te worden of voortaan overal nee op te zeggen. Soms wil je er werkelijk zijn voor iemand. Soms is een drukke periode gewoon een drukke periode. Het verschil zit vaak niet in wat je doet, maar in of je nog aanwezig blijft terwijl je het doet.

Je kunt een moeilijke vergadering voeren zonder jezelf kwijt te raken. Je kunt luisteren naar een partner die het lastig heeft zonder meteen de oplossing te moeten dragen. Je kunt een volle supermarkt binnenstappen en merken dat het veel is, zonder jezelf daarna te verwijten dat je er last van hebt.

Dat begint niet met perfect reageren. Eerder met het herkennen van het moment waarop je versnelt, inschikt of overneemt. Niet om het meteen te corrigeren, maar om te zien wat er gebeurt.

Misschien merk je vanavond dat je al klaarstaat om te antwoorden voordat iemand uitgesproken is. Of dat je een kamer binnenkomt en onmiddellijk de stemming scant. Je hoeft daar niets groots van te maken. Alleen opmerken dat jij er ook bent, tussen alle geluiden, vragen en verwachtingen in.

Wanneer hooggevoeligheid overprikkeling je bekend voorkomt, kan het helpend zijn om hierna verder te lezen over bij jezelf blijven onder spanning. Niet om minder te voelen, maar om langzaam weer te merken wat van jou is.

 
 
bottom of page