top of page
ADHD overprikkeling wanneer alles binnenkomt

ADHD overprikkeling wanneer alles binnenkomt

2 okt
5 minuten om te lezen

Je komt thuis na een gewone werkdag. Niet uitzonderlijk druk, denk je. Een paar vergaderingen, verkeer onderweg, een collega die nog iets nodig had. Thuis vraagt je partner hoe je dag was terwijl er een pan op het vuur staat en je telefoon trilt op tafel. Misschien roept een kind vanuit de andere kamer. Er valt niets dramatisch voor.

En toch merk je dat je niet meer kunt antwoorden.

Bij ADHD overprikkeling kan zo'n moment voelen alsof alles tegelijk binnenkomt. Niet alleen het geluid van de dampkap of de vraag van je partner. Ook de blik die wacht op een antwoord. Het bericht dat je nog moet lezen. De kruimels op tafel. De gedachte dat je vanavond eigenlijk ook nog die mail moest sturen. Alles lijkt even dichtbij te staan.

Je zegt misschien: "Even niet." Korter dan je bedoelt. Of je zegt juist niets en gaat opruimen. Je zet de radio uit, sluit een deur, scrolt zonder echt te zien wat er op je scherm staat. Iemand vraagt nog een keer wat er is en je voelt dat je sneller geïrriteerd raakt. Niet omdat die ander iets verkeerd doet. Maar omdat er geen plaats meer lijkt te zijn waar iets nog kan landen.

Later, wanneer het stiller is, vraag je je af waarom dit je zo raakte. Het was toch maar een vraag? Waarom kon je niet gewoon zeggen dat je moe was?

Wanneer ADHD overprikkeling zich opstapelt

Vaak begint het veel eerder dan op het moment waarop je uitvalt, dichtklapt of bits reageert. Misschien werd je al wakker met het gevoel dat je achterliep. Je zag drie meldingen op je telefoon nog voor je uit bed was. Aan de ontbijttafel luisterde je naar een verhaal, terwijl je intussen dacht aan wat je niet mocht vergeten. Op weg naar je werk was er verkeer, iemand die te dicht achter je reed, een podcast die je eigenlijk al na twee minuten te veel vond.

Op kantoor gaat het dan soms nog prima. Of het lijkt tenminste zo. Je bent aandachtig in een gesprek, schrijft mee, antwoordt snel op vragen. Je merkt details op die anderen ontgaan. Een veranderde toon in een mail. Een collega die stiller is dan anders. De onuitgesproken spanning na een opmerking in een vergadering.

Misschien neem je die dingen niet bewust mee. Je gaat door. Je wilt niemand laten wachten. Je wilt je werk goed doen. Wanneer iemand tussendoor vraagt of je ook nog even naar iets kunt kijken, hoor je jezelf bijna automatisch ja zeggen. Er is nog wel tijd. Het valt wel te combineren.

Maar tegen de middag kost een kleine keuze ineens opvallend veel. Wat ga je eten? Bij wie ga je zitten? Reageer je nu op dat bericht of straks? Een gesprek aan de lunchtafel klinkt luider dan anders. Je lacht mee, stelt een vraag terug, terwijl je ondertussen vooral wilt dat niemand iets van je verwacht.

Dat kan ook gebeuren in situaties die je eigenlijk leuk vindt. Een etentje met vrienden. Een verjaardagsfeest van je kind. Een familiedag waar je naar uitkeek. Je bent er graag, en toch ben je voortdurend bezig met wat er gezegd wordt, wie er nog binnenkomt, of iedereen het naar zijn zin heeft en wanneer je weg kunt zonder iemand teleur te stellen.

Van buitenaf ben je misschien aanwezig. Je helpt met afruimen, houdt het gesprek gaande of reageert op het verhaal van iemand tegenover je. Vanbinnen ben je steeds verder aan het terugwijken. Niet op een manier die anderen meteen zien. Eerder alsof je jezelf kleiner maakt om alles rond je heen plaats te geven.

Thuis kan de ontlading dan onverwacht komen. Je partner vraagt iets onschuldigs. Je kind morst drinken. Een kastdeur blijft openstaan. Je wilt alleen nog stilte, maar die stilte voelt niet rustig. Ze voelt gespannen. Alsof je eerst nog moet bijkomen van alle kleine dingen die je de hele dag hebt opgevangen.

Soms trek je je terug in een aparte kamer. Soms ga je juist harder doen. Je maakt de keuken schoon, werkt nog wat mails weg of begint plannen te maken voor morgen. Want stilstaan maakt voelbaar hoe vol je zit. En als iemand vraagt wat je nodig hebt, weet je het niet goed. Je weet alleen dat er niets meer bij kan.

Het gaat niet altijd over te veel prikkels

Het woord overprikkeling kan de indruk wekken dat het probleem vooral buiten je ligt: te veel geluid, te veel mensen, te veel vragen. Soms is dat ook eenvoudigweg zo. Een drukke supermarkt aan het einde van een lange dag vraagt iets anders van je dan een rustig moment alleen.

Maar misschien herken je ook dit: dezelfde supermarkt lukt op zaterdagmorgen soms wel. En een drukke werkdag kan je dragen wanneer je tussendoor ruimte had, terwijl een rustige dag je kan uitputten als je voortdurend beschikbaar moest zijn voor anderen.

Dan zit de uitputting niet alleen in wat er op je afkomt. Ze zit ook in hoe snel je jezelf verlaat terwijl het gebeurt.

Je hoort een vraag en bent al aan het antwoorden voordat je merkt wat die vraag met je doet. Je voelt dat een gesprek je te veel wordt, maar blijft nog een uur omdat vertrekken ongemakkelijk voelt. Je merkt irritatie, maar duwt die weg omdat je vriendelijk wilt blijven. Elk afzonderlijk moment lijkt klein. Samen vragen ze veel.

Binnen Aceso noemen we deze beweging soms de Pleaser. Niet als een vast etiket, maar als een bekende manier om veiligheid te bewaren: zorgen dat de sfeer goed blijft, dat de ander niet hoeft te wachten, dat er geen gedoe ontstaat. Die beweging kan je ver brengen. Ze helpt je afstemmen, anticiperen en verantwoordelijkheid nemen.

Alleen is er een prijs wanneer ze geen pauze meer kent. Dan wordt elk geluid niet alleen een geluid. Elke vraag wordt ook een mogelijke verwachting. Elke blik kan aanvoelen als iets waarop je moet reageren. Niet omdat je dat bewust kiest, maar omdat je al zo lang gewend bent om meteen mee te bewegen.

Het moment vóór je volloopt

Misschien ligt de meest helpende vraag dus niet in wat je moet vermijden. Ook niet in hoe je ervoor kunt zorgen dat nooit meer iets te veel wordt. Drukke dagen, andere mensen en onverwachte vragen horen bij een leven dat zich afspeelt tussen anderen.

Er kan wel iets verschuiven wanneer je het moment leert herkennen waarop je al weg bent bij jezelf. Niet pas wanneer je geïrriteerd bent of je terugtrekt. Eerder, wanneer je ja zegt terwijl je aarzelt. Wanneer je in een gesprek merkt dat je schouders hoger staan, maar toch nog een extra vraag stelt. Wanneer je naar je telefoon grijpt omdat stilte ongemakkelijker begint te voelen dan nog een bericht.

Dat zijn geen fouten die je moet herstellen. Het zijn kleine momenten waarop zichtbaar wordt hoeveel je tegelijk probeert vast te houden. Je eigen taak. De stemming van de ander. De planning. Het juiste antwoord. De wens om niet lastig te zijn.

Soms helpt het al om die ervaring anders te benoemen. Niet: er is iets mis met mij omdat ik dit niet aankan. Maar: ik ben al een tijd bezig geweest om alles op te vangen, en ik ben mezelf daarin kwijtgeraakt.

Die zin lost de drukte niet op. Hij maakt een volle ruimte niet stil. Maar hij kan wel iets zachter maken in de manier waarop je naar jezelf kijkt op het moment dat het te veel wordt. Misschien hoef je dan niet meteen uit te leggen waarom je kortaf bent, waarom je wilt vertrekken of waarom die ene vraag te veel voelt. Misschien kun je eerst merken dat je er zelf ook nog bent, ergens onder alles wat binnenkomt.

Wie dit herkent, vindt mogelijk herkenning in het vervolgartikel over bij jezelf blijven onder spanning. Niet om jezelf beter te laten functioneren in nog meer drukte, maar om te onderzoeken wat er gebeurt vlak voordat je jezelf verliest.

 
 
bottom of page