top of page

Hoogsensitief of gevoelig zenuwstelsel: het verschil

16 aug
6 minuten om te lezen

Je komt thuis na een gewone werkdag. Er is niets uitzonderlijks gebeurd, denk je. Een overleg liep wat uit. Een collega reageerde kort op je voorstel. Op weg naar huis was het druk in de winkel en je partner stuurde een bericht waar je de toon niet goed van kon inschatten. Toch voel je, zodra de voordeur dichtvalt, dat je geen ruimte meer hebt.

Een vraag van je kind komt te veel binnen. Het geluid van de afwasmachine lijkt harder dan anders. Je partner vertelt iets over zijn of haar dag, maar je hoort vooral dat er nog iets van je verwacht wordt. Misschien zeg je dat je even rust nodig hebt. Misschien ga je net door: koken, opruimen, nog snel die mail beantwoorden. Pas later, wanneer iedereen slaapt, merk je hoe moe je bent. Niet alleen moe van de dag, maar moe van alles wat erin bleef hangen.

Dan kan de vraag opkomen: ben ik hoogsensitief? Of heb ik gewoon een gevoelig zenuwstelsel? De woorden lijken op elkaar, zeker wanneer je veel oppikt, snel volloopt of na contact lang moet bekomen. Maar wat je herkent, gaat niet altijd over hetzelfde.

Wanneer alles nét wat harder binnenkomt

Misschien ben je degene die in een ruimte meteen merkt dat de sfeer veranderd is. Nog voor iemand iets zegt, voel je dat er spanning aan tafel zit. Je ziet de blik die collega A aan collega B geeft. Je hoort de kleine zucht van je partner. Je merkt dat je kind stiller is dan gewoonlijk.

Dat betekent niet noodzakelijk dat je weet wat er aan de hand is. Vaak begint net daar het zoeken. Heb ik iets verkeerd gezegd? Moet ik iets vragen? Was mijn opmerking te direct? Je gaat terug naar een gesprek van die ochtend en herhaalt het in je hoofd, op zoek naar het moment waarop het misschien kantelde.

In een vergadering kan dat eruitzien als veel luisteren en weinig ruimte innemen. Je voelt verschillende standpunten, begrijpt waarom iedereen ergens geraakt is en wacht tot je woorden helemaal juist zijn. Wanneer je uiteindelijk iets zegt, heb je het misschien al drie keer zachter gemaakt. Niet omdat je niets te zeggen hebt, maar omdat je ook de mogelijke reactie van de anderen mee draagt.

Ook mooie dingen kunnen diep binnenkomen. Muziek tijdens het autorijden. De opluchting wanneer iemand oprecht vriendelijk is. Een kind dat plots je hand vastneemt. Een film die nog dagen ergens in je blijft nazinderen. Sommige mensen herkennen zich in het woord hoogsensitief omdat de wereld voor hen vaak rijk, gelaagd en intens aanvoelt.

Dat is niet hetzelfde als voortdurend op scherp staan. Al kunnen die twee ervaringen zich wel vermengen.

Hoogsensitief of gevoelig zenuwstelsel: het verschil in je dag

Het verschil wordt soms pas zichtbaar op een dag waarop je goed geslapen hebt, er geen haast is en niemand iets van je nodig lijkt te hebben. Je merkt nog steeds veel op. De felle verlichting in de supermarkt. De stemming van je vriendinnen aan tafel. De drukte op een familiefeest. Maar je kunt het ook weer laten passeren.

Je voelt: het is druk. Je hoort: die opmerking was scherp. Je merkt: ik heb behoefte aan stilte. En toch blijft er iets van jou aanwezig. Je hoeft niet meteen weg, te pleasen of alles op te lossen.

Op andere dagen is dat anders. Dan is één blik voldoende om je hele systeem in beweging te brengen. Een onbeantwoord bericht blijft niet gewoon een onbeantwoord bericht. Het wordt een open lus die je telkens opnieuw controleert. Een opmerking van je leidinggevende blijft niet bij die ene opmerking. Terwijl je de vaat doet, onder de douche staat of in bed ligt, voer je gesprekken die al voorbij zijn.

Misschien herken je dat je dan minder goed voelt wat van jou is. Iemand naast je is geïrriteerd en voor je het weet ben jij aan het verzachten, uitleggen of anticiperen. Je partner is stil en jij vult de stilte met vragen. Je kind heeft een moeilijke bui en je probeert de hele avond glad te strijken. Op het werk neem je een taak over omdat je ziet dat iemand anders het zwaar heeft, ook wanneer je agenda eigenlijk al te vol zit.

Van buitenaf lijkt dat soms op zorgzaamheid of betrokkenheid. Van binnenuit voelt het eerder als geen keuze hebben. Alsof je pas kunt ontspannen wanneer iedereen rondom jou weer in orde is.

Een gevoelig zenuwstelsel herken je vaak aan die mate waarin iets je op dat moment overneemt. Niet alleen omdat je veel waarneemt, maar omdat waarnemen snel verandert in moeten reageren. Je lichaam gaat vooruitlopen. Je schouders trekken op. Je adem zit hoger. Je woorden komen sneller, of juist helemaal niet meer. Daarna vraag je je af waarom een klein moment zo groot is geworden.

Dat kan ook verwarrend zijn wanneer je jezelf doorgaans rustig of sterk vindt. Je kunt veel dragen, goed functioneren en heel inzichtelijk zijn. Tot het op een bepaald moment niet meer lukt om bij jezelf te blijven. Dan reageer je korter dan je wilt. Of je trekt je terug, terwijl je eigenlijk nabijheid nodig had. Of je blijft vriendelijk terwijl er vanbinnen al lang een grens geraakt is.

Niet alles wat je voelt, vraagt iets van jou

De vraag is dus niet alleen hoeveel je oppikt. De vraag is wat er gebeurt nadat je iets hebt opgepikt.

Misschien herken je dat je gevoeligheid vooral lastig wordt in contact. Alleen thuis, met een rustige ochtend voor je, kun je prima voelen wat je nodig hebt. Maar zodra iemand teleurgesteld klinkt, iets van je vraagt of ontevreden lijkt, raak je het spoor bijster. Dan verschuift je aandacht naar de ander en wordt jouw eigen ervaring stiller.

Binnen Aceso noemen we dit soms de pleaser. Niet als een etiket, maar als een beweging die veiligheid probeert te bewaren. De pleaser voelt vaak feilloos aan waar er frictie dreigt en probeert die voor te zijn. Door begripvol te zijn. Door zich aan te passen. Door geen last te maken. Die beweging is meestal niet ontstaan omdat iemand graag zichzelf wil verliezen. Ze probeert contact veilig te houden.

Alleen kan er na verloop van tijd iets gaan knellen. Je wordt moe van het voortdurend afstemmen. Je raakt sneller geraakt door stemmingen die niet van jou zijn. Je verlangt naar rust, maar wanneer het stil wordt, begint je hoofd opnieuw te zoeken: heb ik iemand tekortgedaan? Had ik anders moeten reageren?

Dan helpt het soms om niet meteen te willen uitmaken welk woord het best past. Hoogsensitief of een gevoelig zenuwstelsel is geen vraag die je op basis van één drukke week hoeft te beantwoorden. Kijk liever naar de beweging die je kent.

Kun je veel indrukken hebben en toch bij jezelf blijven? Of raak je bij spanning vooral verwijderd van wat jij voelt, wilt of nodig hebt? Komt de vermoeidheid vooral na een volle dag met veel prikkels? Of ontstaat ze vooral wanneer je rekening hebt gehouden met iedereen behalve met jezelf?

Dat onderscheid is klein, maar niet onbelangrijk. Het haalt de aandacht weg van de vraag wat er mis is met je gevoeligheid. Misschien is je gevoeligheid niet het probleem. Misschien wordt het zwaar op de momenten waarop je er alleen nog op reageert vanuit bescherming.

De ruimte tussen opmerken en overnemen

Je hoeft niet ongevoeliger te worden om meer rust te ervaren. Misschien ligt er iets anders te wachten: merken dat iemand gespannen is zonder die spanning meteen tot jouw taak te maken. Voelen dat een gesprek je raakt zonder onmiddellijk te moeten weten wat je ermee moet doen. Erkennen dat je vol zit zonder daar eerst een goede reden voor te verzamelen.

Dat vraagt geen perfecte kalmte. Sommige dagen zal een drukke winkel gewoon te veel zijn. Een conflict kan nog altijd lang nazinderen. Een verjaardag met veel mensen kan energie kosten, ook wanneer het een fijne avond was. Het verschil zit niet in nooit meer geraakt worden. Het zit in de kans om terug te keren naar jezelf terwijl het nog gebeurt.

Misschien is dat wat je nu vooral herkent: niet dat je te veel voelt, maar dat je jezelf kwijtraakt zodra er spanning bijkomt. In het kenniscentrum kun je daarna verder lezen over bij jezelf blijven wanneer de ander dichtbij komt. Niet om je gevoeligheid weg te werken, maar om te onderzoeken waar jij opnieuw zichtbaar wordt in contact.

 
 
bottom of page