Zelfregulatie versus co-regulatie uitgelegd
- Matthieu Bosmans
- 10 jul
- 7 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 5 aug
Kort gezegd: zelfregulatie en co-regulatie zijn geen tegenpolen, maar versterken elkaar. Wie enkel zelfregulatie oefent, blijft vaak steken in een mentale opdracht die het lichaam niet volgt wanneer anderen dichterbij komen. Wie enkel op co-regulatie leunt, kan alleen nog zakken wanneer de ander beschikbaar is. Het doel is niet dat je niemand meer nodig hebt, maar dat je jezelf niet meteen kwijtraakt zodra er spanning, nabijheid of conflict verschijnt.
De supermarkt
Je staat in de supermarkt. Niet eens op een druk moment, gewoon na een werkdag waarop er al te veel tegelijk liep. Iemand rijdt met een kar net iets te dicht langs je heen. Je kind zeurt. Je telefoon trilt. En daar merk je dat je de neiging hebt van uit te vliegen. Je kaken staan op elkaar geklemd en je wil eigenlijk nog maar één ding: Ik moet hier weg.
Misschien zeg je tegen jezelf dat je gewoon wat rust nodig hebt. Of dat je beter moet plannen. Of dat je niet zo overprikkeld zou mogen raken van iets kleins.
Maar vaak gaat het op zulke momenten niet alleen over drukte. Het gaat over wat je systeem doet wanneer spanning oploopt.
Precies daar wordt het verschil tussen zelfregulatie en co-regulatie relevant.
Veel volwassenen denken dat reguleren betekent dat je het zelf moet kunnen. Rustig blijven. Niet te veel voelen. Niet afhankelijk zijn. Jezelf herpakken zonder iemand nodig te hebben.
Dat klinkt sterk, maar in de praktijk zie ik regelmatig wat voor last het kan zijn of worden.
Zeker als je op cruciale momenten juist minder toegang hebt tot overzicht, taal of keuze.
Zelfregulatie en co-regulatie in het dagelijks leven
Neem een andere situatie.
Je stuurt een bericht naar je partner of een collega en er komt niets terug. Een uur niet. Twee uur niet. Stilaan word je ongerust. Eerst onrust, nadien ga je het waarschijnlijk invullen...
Heb ik iets verkeerd gezegd?
Is die ander boos?
Ben ik weer te veel geweest?
Je merkt dat je sneller begint te denken, jezelf wil verantwoorden over waarom je dit lastig vind of waarom je graag spoedig een antwoord hebt of misschien zelfs niets meer durft sturen. De 'Laat al maar...'
De start van een stresspatroon.
Je hartslag gaat omhoog. Je aandacht vernauwt. Je lichaam maakt zich klaar om iets op te lossen, te vermijden of onder controle te krijgen.
Of het nu gaat om onbeantwoorde berichtjes of iets anders, over het mechanisme lees je meer in [Waarom je ja zegt terwijl je je er ongemakkelijk bij voelt (en het pas achteraf beseft)].
Wat veel mensen dan proberen, is zelfregulatie in de meest beperkte betekenis van het woord.
Ze praten zichzelf toe. Ze leiden zich af. Ze analyseren de situatie. Ze gaan harder werken. Of ze trekken zich terug tot het gevoel zakt. Soms helpt dat even. Soms ook niet.
Co-regulatie ziet er anders uit.
Co-regulatie is het moment waarop een ander zenuwstelsel mee helpt om in jouw systeem opnieuw veiligheid te ervaren. Niet door je te redden. Niet door jouw spanning over te nemen. Wel via aanwezigheid, afstemming en contact.
Dat kan iets heel eenvoudigs zijn. Iemand die zegt: ik ben er, we spreken straks.
Een collega die rustig blijft terwijl jij blokkeert. Een partner die niet meteen in verdediging gaat.
Een vriend bij wie je even niet 'de sterke' hoeft te zijn.
Je lichaam reageert daarop, sneller dan je hoofd begrijpt waarom.
Wat is zelfregulatie, en waar loopt het vast?
Zelfregulatie is het vermogen om bij jezelf te blijven wanneer spanning opkomt.
Je merkt wat er gebeurt in je lichaam, in je emoties en in je impulsen, zonder er volledig door meegesleurd te worden.
Zelfregulatie is geen truc, maar een opgebouwd vermogen.
Het betekent dus niet dat je niets meer nodig hebt van anderen. Wel dat je geleidelijk meer ruimte ontwikkelt tussen prikkel en reactie.
Dat je spanning kunt verdragen zonder meteen te pleasen, te fixen, te verdwijnen of te 'ontploffen'.
Waar ik zelfregulatie vaak zie vastlopen in de praktijk
Veel mensen proberen zichzelf te reguleren op een moment waarop hun zenuwstelsel al volledig in alarm staat. Op dat moment wordt de toegang tot ademhaling, reflectie en keuze kleiner.
In de praktijk hoor ik dan vaak:
"Ik weet wel dat mijn oefeningen helpen, maar ik krijg mezelf er op dat moment gewoon niet toe."
Als ik die zin hoor weet ik dat het weinig met motivatie of zwakte te maken.
Het is een logisch gevolg van hoe ons zenuwstelsel functioneert onder hoge belasting.
Binnen Aceso kijken we daarom niet alleen naar welke technieken iemand kent, maar ook naar wanneer iemand de toegang ertoe verliest.
Vaak zie je dat iemand onder spanning geleidelijk zijn of haar innerlijke positie kwijtraakt. De spanning neemt het over, waardoor het steeds moeilijker wordt om nog onderscheid te maken tussen wat je voelt, wat je denkt en wat je op dat moment werkelijk nodig hebt.
Binnen Aceso noemen we dat het Underdog-archetype.
Het archetype verwijst niet naar iemands persoonlijkheid of identiteit. Het beschrijft een beschermingsbeweging die zichtbaar kan worden wanneer een systeem overbelast raakt.
De kern van dit archetype is niet onzekerheid, maar het verliezen van positie.
De ervaring dat emoties, gedachten of de omgeving het overnemen, waardoor het moeilijker wordt om jezelf nog te blijven ervaren als een stevig referentiepunt.
Dat kan zich op veel manieren tonen.
Je laat de ander gemakkelijker bepalen wat belangrijk is.
Je twijfelt voortdurend aan jezelf.
Je raakt overspoeld door emoties of verliest de toegang tot wat je eigenlijk wilde zeggen of doen.
...
De emoties op zichzelf zijn menselijk en maken deel uit van ons leven.
Ze vormen echter een uitdaging op het moment dat ze meer ruimte innemen dan je kunt verdragen.
Vanuit die invalshoek krijgt zelfregulatie een andere betekenis.
Niet leren om emoties weg te krijgen, maar leren om ook onder spanning iets langer je positie te behouden. En daar zie ik in begeleidingen dag in dag uit mensen groeien.
Meer over het Underdog-archetype lees je hier. [Waarom sommige ervaringen niet voorbijgaan wanneer de gebeurtenis al lang voorbij is].
Zelfregulatie gaat niet alleen over spanning laten zakken. Het gaat ook over je innerlijke positie kunnen behouden terwijl de spanning aanwezig is.
Wat is co-regulatie precies?
Co-regulatie is geen afhankelijkheid en ook geen teken dat je het zelf niet kunt.
Het is een biologisch en relationeel gegeven.
Als mens komen we niet alleen tot rust in afzondering, maar ook via contact.
Een afgestemde blik, een rustige stem, een duidelijk antwoord of iemand die niet schrikt van jouw spanning kan je systeem helpen zakken.
Dat start reeds als baby in de baarmoeder, maar stopt niet wanneer je volwassen wordt.
Ook als volwassene heb je andere mensen nodig om onder spanning terug toegang te krijgen tot jezelf.
Niet altijd, niet in elke situatie, maar wel veel vaker dan de cultuur van zelfredzaamheid ons laat geloven.
Co-regulatie betekent niet dat anderen steeds perfect op jou afgestemd moeten zijn.
Soms is het al genoeg dat iemand aanwezig blijft zonder jou te overspoelen, te minimaliseren of meteen oplossingen aan te reiken.
Dat op zich kan al voldoende ruimte geven om te landen in jezelf.
Een indruk van 'ik hoef dit niet alleen te dragen.'
Voor mensen die gewend zijn alles zelf te dragen, is dat aanvankelijk soms ongemakkelijk.
"Zeker dat ik je hier niet te veel mee belast" of "Is dat niet te zwaar voor jou?" Hoor ik dan in de praktijk.
Alsof je te veel van een ander vraagt. Vaak is het omgekeerde waar.
Wie co-regulatie leert toelaten, bouwt juist meer draagkracht op. Voor beide partijen Meer hierover lees je in [wederkerigheid]
Geen of-of, maar een samenspel
Het helpt niet om van deze twee een tegenstelling te maken.
Zelfregulatie versus co-regulatie klinkt alsof je moet kiezen, maar in werkelijkheid versterken ze elkaar.
Zonder co-regulatie blijft zelfregulatie voor veel mensen een mentale opdracht.
Je weet dan wat je zou moeten doen, maar je lichaam volgt niet wanneer de spanning oploopt in nabijheid of contact met anderen.
Het omgekeerde geldt ook: Zonder enige zelfregulatie wordt co-regulatie dan weer snel een vorm van leunen waarbij je alleen nog kunt zakken als de ander beschikbaar is.
Gezonde ontwikkeling is vaak een combinatie van beiden.
Contact helpt je om te landen. Vanuit die ervaring groeit er vanbinnen meer vermogen om ook op jezelf aanwezig te blijven.
Hoe meer innerlijke regulatie er ontstaat, hoe vrijer je meestal ook in contact kunt blijven zonder jezelf te verliezen.
Het doel is niet om niemand meer nodig te hebben.
Het doel is dat je jezelf niet meteen kwijtraakt zodra spanning, nabijheid of conflict verschijnt.
Hoe dat onderscheid er concreet uitziet, van moment tot moment, lees je verder in [Zelfregulatie of coregulatie: wanneer wat?].
Hoe je het verschil in je lichaam kunt herkennen
Je hoeft dit niet eerst theoretisch te begrijpen.
Start bij herkenning. Stel jezelf de vraag: 'wat doe ik wanneer ik onder spanning raak en de ander dichtbij blijft?'
Ga je sneller praten?
Jezelf verantwoorden?
Word je heel competent en rustig aan de buitenkant, terwijl er vanbinnen van alles tegenwringt?
Of trek je je terug en zeg je dat het wel gaat, terwijl je lichaam nog uren alert blijft?
...
Signalen van contact, echter weinig co-regulatie. Je bent dichtbij, maar niet werkelijk ondersteund in je zenuwstelsel. Of je bent met de ander bezig, maar niet meer met jezelf.
Een andere vraag die je kan helpen: 'Wat gebeurt er in jou wanneer iemand wél afgestemd reageert? '
Word je dan rustiger?
Of komt er eerst wantrouwen, schaamte of de neiging om het weg te lachen?
...?
Regulatie is niet alleen een individuele vaardigheid.
Het is ook relationeel leren.
Leren voelen wanneer een grens bereikt wordt.
Leren merken wanneer contact je helpt en wanneer het je verder van jezelf brengt (en wat je noden daarin zijn).
Leren onderscheid maken tussen gesteund worden en jezelf verlaten als (on)bewuste poging om de verbinding te behouden.
Waarom dit onderscheid zoveel opluchting kan geven
In mijn praktijk zit de opluchting meestal niet in een techniek, maar in een andere perceptie of beleving ervaren rond hetgeen dat juist zo moeilijk is.
Niet alles wat je onder spanning doet, is een gebrek aan inzicht of discipline. Soms probeert je systeem je gewoon op een oude manier veilig te houden.
Het moment dat je dat werkelijk zo begint te zien, verschuift de beleving.
Dan wordt de vraag niet langer: 'waarom kan ik dit nog altijd niet alleen?'
Maar eerder: 'wat gebeurt er in mij waardoor ik op dit moment minder toegang heb tot mezelf, en wat helpt dan werkelijk?'
Soms is dat even alleen zijn.
Soms is dat net een helder, rustig contact. Soms is het eerst voelen dat je voeten de grond raken voor je verder praat. Soms is het erkennen dat je ja hebt gezegd terwijl je lichaam nee deed.
Van daaruit groeit een steviger fundament dan controle zelf.
Aanwezigheid. Niet perfect, niet altijd, maar echt.
Je hoeft dan niet meer te kiezen tussen flink zijn of instorten.
Er komt een derde mogelijkheid bij: blijven.
Herken je dit in jezelf?
In Aceso's traject Blijf bij jezelf leer je precies dat: hoe spanning, contact en zelfverlies met elkaar verweven raken, en hoe je bij jezelf kan blijven zonder de ander los te laten.
Meld je aan voor de wachtlijst om als eerste te horen wanneer een nieuw traject start.




