top of page

Wat niet gezegd wordt over hoogsensitiviteit, maar wél de essentie is


Hoogsensitiviteit en zijn essentie in een ruimere context
Hoogsensitiviteit en zijn essentie in een ruimere context

Veel diepvoelenden hebben ooit gehoord dat ze “te intens” of “te gevoelig” zijn.

Alsof hun zenuwstelsel een probleem is. Alsof ze anders of op één of andere manier zwakker zijn.


Maar dat is niet het volledige verhaal.


Gevoeligheid ontstaat niet alleen door aanleg, en ook niet alleen door ervaringen. Ze groeit in de omgeving waarin iemand opgroeit: in de omgangsvormen, de sfeer, de manier waarop emoties wel of niet getoond werden, en in wat mensen vóór jou ooit hebben meegemaakt.


Wonde en aanleg bestaan bij hoogsensitiviteit, maar geen van beide verklaart alles.


Wat mensen met hoogsensitiviteit gemeenschappelijk hebben, is niet dat ze “te veel” voelen, maar dat ze nooit iemand hebben gezien die kon tonen hoe je bij emotionele intensiteit aanwezig blijft zonder het over te nemen.


Hoe je spanning kunt voelen zonder te moeten pleasen.

Hoe je grenzen zet zonder harder/luider te worden.

Hoe je gevoelens van anderen kunt herkennen zonder ze te dragen.

Hoe je iets teruggeeft zonder afstand te creëren.


Dat voorbeeld ontbrak.

Niet expres, maar door omstandigheden.


De vaderlijn: gevoelens inslikken om te kunnen overleven


Generaties mannen in West-Europa hebben geleerd dat emoties gevaarlijk zijn.

Niet omdat ze koud waren, maar omdat hun leven dat vroeg: oorlog, verlies, verantwoordelijkheid, opnieuw beginnen.


Voelen werd te zwaar.

Dus leerden ze zwijgen.

Sterk zijn. Doorgaan.


Wanneer je opgroeit bij iemand die zijn emoties niet kan tonen, voelt een gevoelig zenuwstelsel dat meteen. Niet omdat iemand tekortschiet, maar omdat stilte en spanning iets is waar jij automatisch op reageert.


De moederlijn: controle als manier om zorg vol te houden


Veel vrouwen leerden, na dezelfde geschiedenis, dat het gezin samenhouden betekende:


alles plannen,

alles voorzien,

niets laten ontsporen,

harmonie bewaken.


Niet uit macht, maar uit noodzaak.


Controle werd liefde.

Voorzichtigheid werd veiligheid.


En ook dat voelt een gevoelig zenuwstelsel onmiddellijk: de constante alertheid, het “vooruit denken”, het niet kunnen loslaten.


Gevoeligheid is geen zwakte, maar een manier waarop jouw lichaam reageert op je omgeving

Een gevoelig zenuwstelsel “voelt” wat anderen niet benoemen.

Niet omdat diepvoelenden meer hun best doen,

maar omdat ze sneller opmerken wat er gebeurt.


Het is een manier waarop hun zenuwstelsel werkt.


Die gevoeligheid heeft richting nodig.

Iemand die toont hoe aanwezig te blijven zonder erin te verdrinken.

Hoe te voelen zonder over te nemen.

Hoe emoties van anderen teruggegeven kunnen worden zonder verwijt of afstand te creëren.


De impact van doorleefde voorbeelden


Wanneer iemand:


Aanwezig kan blijven in buik en ademhaling als emoties intenser worden,

Intense spanning kan voelen zonder te verkrampen,

Duidelijke grenzen kan zetten zonder scherper, harder of luider te reageren,

Emoties van anderen kan herkennen zonder ze over te nemen...


Dan ontspant niet alleen die persoon zelf.

De mensen rondom hem of haar ontspannen mee.


Het lichaam voelt:

“Ah… zo kan het ook.”


Relaties worden helderder.

Overnemen stopt.

Iedereen wordt mee verantwoordelijk voor zijn eigen stuk.

Gevoeligheid wordt opnieuw een kracht: helder, warm, precies.


De essentie


Diepvoelenden zijn niet “te veel”.


Ze leefden gewoon in een omgeving die niet wist hoe met emotionele intensiteit om te gaan.


Wanneer er wél iemand is die dat kan,

komt hun gevoeligheid vrij als inzicht, warmte, helderheid, wijsheid.


Als kracht.

Niet als last.





Opmerkingen


bottom of page