
Dag 5
De underdog
Inleiding
Welkom op dag 5.
Vandaag onderzoeken we het narratief van de Underdog in onszelf.
Niet als identiteit,
maar als een manier waarop het lichaam zich soms organiseert
in bepaalde contexten, relaties of toestanden.
We kijken niet naar wat er “mis” is,
maar naar wat ooit nodig was
om verbinding en veiligheid te bewaren.
De Underdog vertelt geen verhaal over wie je bent,
maar over hoe je lichaam geleerd heeft zich aan te passen wanneer spanning voelbaar werd.
Vandaag oefenen we in herkennen,
zonder oordeel en zonder haast,
zodat deze positie opnieuw keuzevrijheid kan krijgen.
Ik nodig je uit om dicht bij jezelf te blijven in deze les.
Onthoud dat de 5 types geen identiteit zijn, maar verweven is met context, verhaal en eigen beleving in het moment.
De 8 ontwikkelingsfasen
Doorheen je ontwikkeling kom je in verschillende periodes terecht waarin je leert omgaan met belangrijke thema’s:
nabijheid, alleen zijn, gezien worden, je plek in een groep, verantwoordelijkheid, grenzen.
Wat je daar meemaakt, laat sporen na.
Het bepaalt hoe je later kijkt naar jezelf, naar anderen en naar situaties die spanning geven.
Voor de één voelt een groep veilig en vanzelfsprekend.
Voor de ander kan dezelfde situatie aanvoelen als druk, onzekerheid of angst.
Niet omdat er “iets mis” is, maar omdat het lichaam ooit iets anders heeft geleerd.
In je leven kom je steeds opnieuw in contact met die thema’s.
Wanneer het spannend wordt, wordt jouw oude beeld uitgedaagd.
Een trigger is niets anders dan dat moment waarop je merkt dat je vroegere manier van omgaan niet meer werkt.
Het masker dat je ooit nodig had, houdt niet langer.
In dit kader ga je zien hoe je voorbij die aangeleerde lagen kunt kijken.
Niet door jezelf te forceren, maar door stil te staan bij wat er werkelijk in je gebeurt.
Je leert herkennen welke beweging van jou is, welke reflex vroeger bescherming gaf, en welke ruimte nu beschikbaar is om anders te reageren.
Het doel is niet om je oude patronen te bestrijden, maar om te begrijpen waar ze vandaan komen,
zodat jij vandaag kunt kiezen hoe je wilt leven, in plaats van automatisch te herhalen wat ooit nodig was.

Format 1: Het deken
Plek & nabijheid
Het deken staat voor jouw plek: grond, ruimte, lichaam, aanwezigheid.
Soms zak je eruit wanneer spanning stijgt of wanneer iemand dichterbij komt.
Hoe
1. Leg een deken neer. Ga erop staan. Dit is jouw plek.
2. Voel je voeten, je rug, je adem.
3. Maak jezelf 2% kleiner en observeer wat verandert.
4. Kom 2% terug naar je volledige plek, geen grootheid, gewoon eerlijkheid.
5. Laat iemand traag naderen: op 2 meter, 1 meter, 50 cm, 30 cm.
6. Merk op: waar krimp je? waar wijk je uit? waar zakt je adem weg?
7. Kom 1 centimeter terug naar het midden van je deken. Blijf.
Let op
-
Zakt je adem weg?
-
Ga je subtiel naar achter?
-
Komt er spanning in buik of keel?
Reflectievragen
1. Waar verlaat ik mijn plek wanneer iemand dichterbij komt?
2. Wat gebeurt er in mijn lichaam wanneer ik blijf?
3. Welke kleine beweging helpt me om terug te keren?
Mini-toepassing
Wanneer je onzeker wordt:
“1 cm naar het midden.”

Format 2: De kegels
Invloed & rangorde
Doel
Ontdekken dat jouw aanwezigheid invloed heeft , ook wanneer je dat niet voelt.
Hoe
1. Maak een grote cirkel van kegels.
2. Ga buiten de cirkel staan en observeer wat je lichaam doet.
3. Stap traag de cirkel in.
4. Voel wat verandert wanneer je in het midden staat.
5. Kies één thema dat voor de groep centraal kan staan en plaats dat in het midden.
6. Observeer wat dit doet met het geheel.
Let op
-
Wil je naar de rand?
-
Voel je druk om te bewijzen?
-
Wordt je lijf onrustig wanneer je centraal staat?
Reflectievragen
1. Waar neem ik automatisch de randpositie in?
2. Wat gebeurt er wanneer ik in de cirkel blijf?
3. Welke invloed heb ik zonder te hoeven mezelf te bewijzen?
4. Welke kleine stap/actie kan ik maken dat voor de groep van grote meerwaarde kan zijn?
Mini-toepassing
Wanneer je je klein maakt:
“Eén kleine beweging of actie dat het geheel doet veranderen.”

Format 3:
Leegmaken en vullen
Energetische bescherming
Doel
Spanning die niet van jou is laten zakken, en jezelf vullen met iets dat wél klopt.
Hoe
1. Adem in. Laat bij uitademen spanning zakken naar je buik — alsof een vat leegloopt.
2. Herhaal dit drie keer.
3. Adem daarna omhoog vanuit je voeten.
4. Laat je lichaam zich vullen met iets dat van jou is
(rust, warmte, helderheid, stabiliteit…).
5. Laat dit voelen als een zachte huid rond je lichaam — geen muur.
Let op
-
Voel je licht in hoofd of borst?
-
Neem je spanning van de ander over?
-
Verlies je je centrum?
Reflectievragen
1. Wat gebeurt er wanneer ik leegmaak?
2. Wat voel ik wanneer ik mezelf vul met iets van mij?
3. Waar in mijn lichaam wordt het rustiger?
Mini-toepassing
Wanneer je overspoeld raakt:
3 ademhalingen leegmaken → 1 adem vullen.

Format 4:
Zakdoeken van gaven en waarden
Bijdrage & respect ontvangen
Doel
Zichtbaar maken welke kwaliteiten je draagt — en oefenen in ontvangen zonder te krimpen.
Hoe
1. Kies drie zakdoeken: elke staat voor één kwaliteit (helderheid, zachtheid, stabiliteit…).
2. Reik aan drie personen een zakdoek uit en zeg per stuk: “Dit is mijn … (kwaliteit).”
3. De ontvanger neemt de doek met twee handen, maakt oogcontact en zegt: “Dankjewel.”
4. Keer terug naar je plek.
5. Voel wat dit doet in je buik, keel en rug.
Let op
-
Wil je wegkijken?
-
Wordt je adem kleiner?
-
Komt er onzekerheid bij ontvangen?
Reflectievragen
1. Hoe voelt het wanneer mijn bijdrage zichtbaar wordt?
2. Welke reflex verschijnt wanneer iemand mij erkent?
3. Wat verandert wanneer ik blijf staan en laat binnenkomen?
Mini-toepassing
Wanneer je erkenning ontvangt:
Eén adem langer blijven dan je gewend bent.
Afsluiting
Sta of zit. Voel je voeten.
Hand op buik, hand op hart.
Innerlijke zin:
“Ik hoef mij niet kleiner te maken.”
“Mijn plek bestaat.”
“Mijn aanwezigheid brengt rust.”
“Een deel van mij was altijd heel.”
Adem.
Laat zakken.
Sluit af.
